BWBR0042105
Geldig vanaf 2019-04-11
Artikel 7
Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2019
1. De uitoefening van mandaat geschiedt binnen de grenzen van de in de wetvastgestelde taken, de benoemingsbesluiten betreffende de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, het bestuursreglement van de huurcommissie, de ter zake geldende overige wetgeving en regelgeving en de beleidsregels van de minister ten aanzien van de uitoefening van de bij of krachtens dit besluit verleende bevoegdheden.
2. Het besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, geschiedt met inachtneming van:
a. de van toepassing zijnde begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte;
b. de aan de gemandateerde toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan;
c. het bepaalde bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 en de aanwijzingen van de directeur Financiële en Economische Zaken van het ministerie op grond van die wet en de daarop berustende regelgeving en
d. het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen en de door de minister ter zake gestelde kaders, waaronder de kaders ten aanzien van inkoop en aanbesteding.
2. Het besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, geschiedt met inachtneming van:
a. de van toepassing zijnde begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte;
b. de aan de gemandateerde toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan;
c. het bepaalde bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 en de aanwijzingen van de directeur Financiële en Economische Zaken van het ministerie op grond van die wet en de daarop berustende regelgeving en
d. het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen en de door de minister ter zake gestelde kaders, waaronder de kaders ten aanzien van inkoop en aanbesteding.