BWBR0042098
Geldig vanaf 06-04-2019
Artikel 2
Beleidsregel toepassing Europese toezichthoudende autoriteiten Wft 2019
DNB oefent het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wft uit met inachtneming van de richtsnoeren (guidelines) van de Europese toezichthoudende autoriteiten, als omschreven in de onderstaande tabel.
1Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van Verordening (EG) nr 1781/2006. PB EU L 141.
2Aanbeveling ESRB/2012/2 van het Europees Comité voor systeemrisico's (European Systemic Risk Board; ESRB) van 20 december 2012 over de financiering van kredietinstellingen (PbEU C 119).
3Artikel 97 van CRD ziet op het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder, het Supervisory Review and Evaluation Process, SREP; dit is in de Wft geïmplementeerd in artikel 3:18a. Artikel 107(3) van CRD ziet op door de EBA vast te stellen richtsnoeren met betrekking tot de inrichting van de SREP.
4Richtlijn nr. 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010. Deze richtlijn valt in het domein van de Autoriteit Financiële markten (AFM).
5Gedelegeerde verordening (EU) nr. 1222/2014 van de Commissie van 8 oktober 2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de vaststelling van de methodiek voor de aanmerking van mondiaal systeemrelevante instellingen en de vaststelling van subcategorieën voor mondiaal systeemrelevante instellingen (PbEU L 330).
6Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PbEU L 331).
7Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie Voor de EER relevante tekst (PbEU L 158).
8Artikel 97 van CRD ziet op het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder, het Supervisory Review and Evaluation Proces, SREP; dit is in de Wft geïmplementeerd in artikel 3:18a. Artikel 107(3) van CRD ziet op door de EBA vast te stellen richtsnoeren met betrekking tot de inrichting van de SREP.
9Bij de implementatie van de PSD2 is toegelicht dat artikel 99 PSD2 geen implementatie behoeft (TK, 2017–2018, 34 813, nr. 3)
10Verordening (EU) Nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad, van 24 november 2010, tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie ((PB EU L 331)
1Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van Verordening (EG) nr 1781/2006. PB EU L 141.
2Aanbeveling ESRB/2012/2 van het Europees Comité voor systeemrisico's (European Systemic Risk Board; ESRB) van 20 december 2012 over de financiering van kredietinstellingen (PbEU C 119).
3Artikel 97 van CRD ziet op het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder, het Supervisory Review and Evaluation Process, SREP; dit is in de Wft geïmplementeerd in artikel 3:18a. Artikel 107(3) van CRD ziet op door de EBA vast te stellen richtsnoeren met betrekking tot de inrichting van de SREP.
4Richtlijn nr. 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010. Deze richtlijn valt in het domein van de Autoriteit Financiële markten (AFM).
5Gedelegeerde verordening (EU) nr. 1222/2014 van de Commissie van 8 oktober 2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de vaststelling van de methodiek voor de aanmerking van mondiaal systeemrelevante instellingen en de vaststelling van subcategorieën voor mondiaal systeemrelevante instellingen (PbEU L 330).
6Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PbEU L 331).
7Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie Voor de EER relevante tekst (PbEU L 158).
8Artikel 97 van CRD ziet op het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder, het Supervisory Review and Evaluation Proces, SREP; dit is in de Wft geïmplementeerd in artikel 3:18a. Artikel 107(3) van CRD ziet op door de EBA vast te stellen richtsnoeren met betrekking tot de inrichting van de SREP.
9Bij de implementatie van de PSD2 is toegelicht dat artikel 99 PSD2 geen implementatie behoeft (TK, 2017–2018, 34 813, nr. 3)
10Verordening (EU) Nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad, van 24 november 2010, tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie ((PB EU L 331)
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042098
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl