BWBR0042050
Geldig vanaf 2019-04-01
Artikel 4
Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties financieel adviseur
1. De aanvraag van een erkenning van beroepskwalificaties voor financieel adviseur wordt gericht aan de Minister van Financiën en ingediend bij het CDFD.
2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende bescheiden over:
a. de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
b. een kopie van het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest bedoeld in artikel 6 van de wet, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat op grond waarvan de aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van financieel adviseur; en
c. een overzicht van vakken die onderdeel hebben uitgemaakt van de opleidingen die ten grondslag liggen aan het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest, bedoeld in onderdeel b, en waarin de aanvrager met goed gevolg examen heeft afgelegd, alsmede een leerstofomschrijving van deze vakken.
3. Het CDFD kan verlangen dat de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, die zijn opgesteld in een andere dan de Nederlandse taal, vergezeld gaan van vertalingen in de Nederlandse taal, opgesteld door een beëdigd tolk of vertaler.
2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende bescheiden over:
a. de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
b. een kopie van het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest bedoeld in artikel 6 van de wet, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat op grond waarvan de aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van financieel adviseur; en
c. een overzicht van vakken die onderdeel hebben uitgemaakt van de opleidingen die ten grondslag liggen aan het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest, bedoeld in onderdeel b, en waarin de aanvrager met goed gevolg examen heeft afgelegd, alsmede een leerstofomschrijving van deze vakken.
3. Het CDFD kan verlangen dat de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, die zijn opgesteld in een andere dan de Nederlandse taal, vergezeld gaan van vertalingen in de Nederlandse taal, opgesteld door een beëdigd tolk of vertaler.