BWBR0042041
Geldig vanaf 2019-04-04
Artikel 4.3
Stimuleringsregeling Wonen en Zorg
1. Er wordt borg gestaan voor maximaal 80% van het WZ-borgstellingskrediet.
2. Het WZ-borgstellingskrediet bedraagt maximaal € 2.000.000.
3. Het WZ-borgstellingskrediet bedraagt maximaal 15% van de totale stichtings- of verwervingskosten van de te financieren wooneenheden.
4. Indien een financier meer dan 70% van de stichtings- of verwervingskosten financiert bedraagt het WZ-borgstellingskrediet maximaal 50% van het verschil tussen het financieringsbedrag zonder borgstelling en de totale stichtings- of verwervingskosten.
5. De hoogte van de borgstelling loopt in maximaal 40 kwartalen en minimaal volgens het volgende schema af:
[tabel]
6. In afwijking van het vijfde lid kan de looptijd van de borgstelling maximaal 12 jaar zijn. In dat geval vangt de afbouw van de borgstelling uiterlijk aan op de eerste dag na het achtste kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan het WZ-borgstellingskrediet is verstrekt, is gesloten, onder de voorwaarde dat gelijktijdig voor dezelfde periode de verplichting tot aflossing van de financieringsfaciliteit wordt opgeschort. De hoogte van de borgstelling loopt in deze variant in maximaal 48 kwartalen, minimaal volgens het volgende schema, af:
[tabel]
7. De minister kan vanwege onvoorziene omstandigheden en op aanvraag van de financier de vermindering, bedoeld in het vijfde lid, gedurende de looptijd een periode van ten minste een kalenderkwartaal opschorten indien de financier voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het WZ-borgstellingskrediet en de financieringsfaciliteit.
2. Het WZ-borgstellingskrediet bedraagt maximaal € 2.000.000.
3. Het WZ-borgstellingskrediet bedraagt maximaal 15% van de totale stichtings- of verwervingskosten van de te financieren wooneenheden.
4. Indien een financier meer dan 70% van de stichtings- of verwervingskosten financiert bedraagt het WZ-borgstellingskrediet maximaal 50% van het verschil tussen het financieringsbedrag zonder borgstelling en de totale stichtings- of verwervingskosten.
5. De hoogte van de borgstelling loopt in maximaal 40 kwartalen en minimaal volgens het volgende schema af:
[tabel]
6. In afwijking van het vijfde lid kan de looptijd van de borgstelling maximaal 12 jaar zijn. In dat geval vangt de afbouw van de borgstelling uiterlijk aan op de eerste dag na het achtste kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan het WZ-borgstellingskrediet is verstrekt, is gesloten, onder de voorwaarde dat gelijktijdig voor dezelfde periode de verplichting tot aflossing van de financieringsfaciliteit wordt opgeschort. De hoogte van de borgstelling loopt in deze variant in maximaal 48 kwartalen, minimaal volgens het volgende schema, af:
[tabel]
7. De minister kan vanwege onvoorziene omstandigheden en op aanvraag van de financier de vermindering, bedoeld in het vijfde lid, gedurende de looptijd een periode van ten minste een kalenderkwartaal opschorten indien de financier voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het WZ-borgstellingskrediet en de financieringsfaciliteit.