BWBR0042037
Geldig vanaf 2019-03-26
Artikel 15
Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2019–2020 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2019–2020
1. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2018 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WEC, bedragen:
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,45 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 71.406,42;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 40.714,95;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 89.281,73.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 24.814,35;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.124,05.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, worden vastgesteld zoals weergegeven in onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,049%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,000% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,000%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC.
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,45 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 71.406,42;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 40.714,95;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 89.281,73.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 24.814,35;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.124,05.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, worden vastgesteld zoals weergegeven in onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,049%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,000% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,000%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC.