BWBR0042015
Geldig vanaf 2016-08-01
Artikel 4
Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum ‘Gelders Archief’
1. Het algemeen bestuur bestaat uit 6 leden.
2. De Minister wijst 3 leden aan.
3. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wijst uit zijn midden 2 leden aan.
4. De colleges van burgemeester en wethouders van Renkum, Rheden en Rozendaal, wijzen uit hun midden gezamenlijk 1 lid aan.
5. De Minister en de colleges kunnen voor ieder, al dan niet gezamenlijk, lid tevens één plaatsvervangend lid, voor het college uit zijn midden, aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.
6. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college van de betreffende gemeente afloopt.
7. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zesde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
8. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de Minister of het betreffende college van burgemeester en wethouders dan wel de betreffende colleges van burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
9. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
2. De Minister wijst 3 leden aan.
3. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wijst uit zijn midden 2 leden aan.
4. De colleges van burgemeester en wethouders van Renkum, Rheden en Rozendaal, wijzen uit hun midden gezamenlijk 1 lid aan.
5. De Minister en de colleges kunnen voor ieder, al dan niet gezamenlijk, lid tevens één plaatsvervangend lid, voor het college uit zijn midden, aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.
6. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college van de betreffende gemeente afloopt.
7. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zesde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
8. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de Minister of het betreffende college van burgemeester en wethouders dan wel de betreffende colleges van burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
9. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.