BWBR0041994
Geldig vanaf 15-03-2019
Artikel 8
Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019
8.1. Indien de voor de overtreding bepaalde boetecategorie in het concrete geval geen passende bestraffing toelaat, kan de Autoriteit Persoonsgegevens bij het bepalen van de hoogte van de boete de boetebandbreedte van de naast hogere categorie respectievelijk de boetebandbreedte van de naast lagere categorie toepassen.
8.2. In aanvulling op artikel 7, onder e, van deze beleidsregels en behoudens het bepaalde in artikel 15.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet hanteert de Autoriteit Persoonsgegevens het uitgangspunt om in geval van recidive de boete met 50% te verhogen, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens kan daarbij buiten de grenzen van de toegepaste boetebandbreedte treden, met inachtneming van het wettelijk boetemaximum.
8.3. Indien ter zake van de overtreding aan een onderneming een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 10.000.000 kan worden opgelegd en het hoogste bedrag van de toepasselijke boetebandbreedte naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 83, vierde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming een hogere boete opleggen tot ten hoogste € 10.000.000 of ten hoogste 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien dit cijfer hoger is. De Autoriteit Persoonsgegevens treedt daarbij buiten de grenzen van de in artikel 2.3 genoemde boetebandbreedtes.
8.4. Indien ter zake van de overtreding aan een onderneming een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 20.000.000 kan worden opgelegd en het hoogste bedrag van de toepasselijke boetebandbreedte naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 83, vijfde en zesde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming een hogere boete opleggen tot ten hoogste € 20.000.000 of ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien dit cijfer hoger is. De Autoriteit Persoonsgegevens treedt daarbij buiten de grenzen van de in artikel 2.3 genoemde boetebandbreedtes.
8.2. In aanvulling op artikel 7, onder e, van deze beleidsregels en behoudens het bepaalde in artikel 15.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet hanteert de Autoriteit Persoonsgegevens het uitgangspunt om in geval van recidive de boete met 50% te verhogen, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens kan daarbij buiten de grenzen van de toegepaste boetebandbreedte treden, met inachtneming van het wettelijk boetemaximum.
8.3. Indien ter zake van de overtreding aan een onderneming een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 10.000.000 kan worden opgelegd en het hoogste bedrag van de toepasselijke boetebandbreedte naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 83, vierde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming een hogere boete opleggen tot ten hoogste € 10.000.000 of ten hoogste 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien dit cijfer hoger is. De Autoriteit Persoonsgegevens treedt daarbij buiten de grenzen van de in artikel 2.3 genoemde boetebandbreedtes.
8.4. Indien ter zake van de overtreding aan een onderneming een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 20.000.000 kan worden opgelegd en het hoogste bedrag van de toepasselijke boetebandbreedte naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 83, vijfde en zesde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming een hogere boete opleggen tot ten hoogste € 20.000.000 of ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien dit cijfer hoger is. De Autoriteit Persoonsgegevens treedt daarbij buiten de grenzen van de in artikel 2.3 genoemde boetebandbreedtes.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041994
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl