BWBR0041971
Geldig vanaf 2019-03-09
Artikel 7
Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren
1. De verwerkingsverantwoordelijke kan, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 148, tweede lid, van het Wetboek van Strafvorderingbeslissen tot de verstrekking van politiegegevens die door een buitengewoon opsporingsambtenaar zijn verzameld en worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9en 13 van de wet, aan een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van wetgeving op het betreffende domein, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van zijn of hun taak.
2. De verstrekking van politiegegevens overeenkomstig het eerste lid vindt, voor zover die gegevens worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 van de wet, uitsluitend plaats indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking, na overleg met een bevoegde functionaris.
3. In bijzondere gevallen kan de verwerkingsverantwoordelijke beslissen tot de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in het eerste lid, aan een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van wetgeving op een ander domein, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het toezicht. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. In de beslissing wordt vastgelegd ten behoeve van welk zwaarwegend algemeen belang de verstrekking noodzakelijk is, de persoon of instantie aan wie de gegevens worden verstrekt, de taak ter uitvoering waarvan de gegevens worden verstrekt, de gegevens die worden verstrekt, de voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt en, indien van toepassing, de motivering van de strikte noodzaak, bedoeld in het tweede lid.
2. De verstrekking van politiegegevens overeenkomstig het eerste lid vindt, voor zover die gegevens worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 van de wet, uitsluitend plaats indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking, na overleg met een bevoegde functionaris.
3. In bijzondere gevallen kan de verwerkingsverantwoordelijke beslissen tot de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in het eerste lid, aan een bestuursorgaan dat of aan personen die bij of krachtens wetgeving is of zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van wetgeving op een ander domein, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het toezicht. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. In de beslissing wordt vastgelegd ten behoeve van welk zwaarwegend algemeen belang de verstrekking noodzakelijk is, de persoon of instantie aan wie de gegevens worden verstrekt, de taak ter uitvoering waarvan de gegevens worden verstrekt, de gegevens die worden verstrekt, de voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt en, indien van toepassing, de motivering van de strikte noodzaak, bedoeld in het tweede lid.