BWBR0041952
Geldig vanaf 2019-03-01
Artikel 8
Regeling eisen keuringsdienst technisch hulpmiddel
Een aangewezen keuringsdienst:
a. verleent volledige medewerking aan de Inspectie Justitie en Veiligheid in het kader van zijn taak toezicht te houden op de naleving van de keuringsprocedure;
b. verstrekt de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid desgevraagd inlichtingen omtrent de uitvoering van deze regeling;
c. overlegt met keuringsdienst van de Landelijke eenheid over een juiste en zo veel mogelijk uniforme toepassing van procedures, veiligheidsvoorschriften en normen;
d. deelt indien hij van plan is werkzaamheden waarvoor hij is aangewezen te beëindigen, dit tenminste drie maanden voor de voorgenomen datum van beëindiging van die werkzaamheden mede aan de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De in artikel 6 onder e genoemde gegevens draagt hij, voor zover deze betrekking hebben op de te beëindigen werkzaamheden, over aan: − hetzij de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,
− hetzij de korpschef van de politie,
− hetzij, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, een andere keuringsdienst, als bedoeld in artikel 1.
− hetzij de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,
− hetzij de korpschef van de politie,
− hetzij, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, een andere keuringsdienst, als bedoeld in artikel 1.
a. verleent volledige medewerking aan de Inspectie Justitie en Veiligheid in het kader van zijn taak toezicht te houden op de naleving van de keuringsprocedure;
b. verstrekt de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid desgevraagd inlichtingen omtrent de uitvoering van deze regeling;
c. overlegt met keuringsdienst van de Landelijke eenheid over een juiste en zo veel mogelijk uniforme toepassing van procedures, veiligheidsvoorschriften en normen;
d. deelt indien hij van plan is werkzaamheden waarvoor hij is aangewezen te beëindigen, dit tenminste drie maanden voor de voorgenomen datum van beëindiging van die werkzaamheden mede aan de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De in artikel 6 onder e genoemde gegevens draagt hij, voor zover deze betrekking hebben op de te beëindigen werkzaamheden, over aan: − hetzij de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,
− hetzij de korpschef van de politie,
− hetzij, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, een andere keuringsdienst, als bedoeld in artikel 1.
− hetzij de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,
− hetzij de korpschef van de politie,
− hetzij, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van de betreffende directeur-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, een andere keuringsdienst, als bedoeld in artikel 1.