BWBR0041945
Geldig vanaf 2019-02-27
Artikel 2
Instellingsregeling commissie faillissementen ziekenhuizen
1. Er is een Commissie onderzoek faillissementen ziekenhuizen, hierna te noemen: de commissie.
2. De commissie heeft tot taak onafhankelijk extern onderzoek te verrichten naar de gang van zaken rond de faillissementen van het MC Slotervaart en de MC IJsselmeerziekenhuizen en te onderzoeken welke signalen er waren en welke acties daarop zijn ondernomen en daarover aanbevelingen te doen.
3. Bij haar onderzoek adresseert de commissie in ieder geval de volgende hoofdvragen:
a. Hoe is het proces rondom de faillissementen verlopen? Welke partij wist en deed op welk moment wat?
b. In hoeverre hebben betrokken partijen goed gehandeld, conform wat van hen verwacht mocht worden gezien hun verantwoordelijkheden en op grond van beleid en wet- en regelgeving?
c. Welke lessen kunnen getrokken worden? Is bijvoorbeeld aanpassing van beleid of wet- en regelgeving wenselijk?
4. Op verzoek van de Tweede Kamer betrekt de commissie in haar onderzoek tevens de volgende vragen:
a. Over de faillissementen: 1° Hoe is het mogelijk dat de financiële positie van MC Slotervaart niet inzichtelijk was en uiteindelijk veel slechter was dan gedacht, gezien het feit dat er al jaren sprake was van structurele financiële problemen?
2° Waarom is de afbouw van zorg zo snel na het faillissement ingezet en welke alternatieve scenario’s zijn daarbij overwogen?
3° Wat is de invloed geweest van het (hoge) aandeel flexibele contracten op het verloop van de faillissementen?
1° Hoe is het mogelijk dat de financiële positie van MC Slotervaart niet inzichtelijk was en uiteindelijk veel slechter was dan gedacht, gezien het feit dat er al jaren sprake was van structurele financiële problemen?
2° Waarom is de afbouw van zorg zo snel na het faillissement ingezet en welke alternatieve scenario’s zijn daarbij overwogen?
3° Wat is de invloed geweest van het (hoge) aandeel flexibele contracten op het verloop van de faillissementen?
b. Over de rol van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: 1° Was het ministerie voldoende voorbereid op een eventueel faillissement van de ziekenhuizen?
2° Hoe kan het dat in geen enkel opzicht rekening was gehouden met een spoedig faillissement, nadat de surseance van betaling was aangekondigd?
3° In hoeverre is de rol van de minister van invloed geweest op de afloop van de zwakke financiële situatie van de ziekenhuizen? Had eerder ingrijpen van de minister faillissement kunnen voorkomen; had eerder ingrijpen van de minister kunnen zorgen voor een meer geleidelijke afbouw die voor patiënten en personeel beter was geweest? Wat had de minister, theoretisch, eerder kunnen doen? Over de rol van de zorgverzekeraars:
4° Heeft Zilveren Kruis op tijd gemeld aan de NZa dat zij op afzienbare termijn niet aan hun zorgplicht zouden kunnen voldoen?
5° Waarom stopte de verzekeraar toch eerder met betaling waardoor MC Sloter-vaart en MC IJsselmeerziekenhuizen toch al op 23 oktober 2018 surseance van betaling moesten aanvragen?
6° Waarom heeft verzekeraar Zilveren Kruis pas op 22 oktober 2018 laten weten het plan over financiering van de ziekenhuizen te verwerpen?
1° Was het ministerie voldoende voorbereid op een eventueel faillissement van de ziekenhuizen?
2° Hoe kan het dat in geen enkel opzicht rekening was gehouden met een spoedig faillissement, nadat de surseance van betaling was aangekondigd?
3° In hoeverre is de rol van de minister van invloed geweest op de afloop van de zwakke financiële situatie van de ziekenhuizen? Had eerder ingrijpen van de minister faillissement kunnen voorkomen; had eerder ingrijpen van de minister kunnen zorgen voor een meer geleidelijke afbouw die voor patiënten en personeel beter was geweest? Wat had de minister, theoretisch, eerder kunnen doen? Over de rol van de zorgverzekeraars:
4° Heeft Zilveren Kruis op tijd gemeld aan de NZa dat zij op afzienbare termijn niet aan hun zorgplicht zouden kunnen voldoen?
5° Waarom stopte de verzekeraar toch eerder met betaling waardoor MC Sloter-vaart en MC IJsselmeerziekenhuizen toch al op 23 oktober 2018 surseance van betaling moesten aanvragen?
6° Waarom heeft verzekeraar Zilveren Kruis pas op 22 oktober 2018 laten weten het plan over financiering van de ziekenhuizen te verwerpen?
c. Over lessen voor de toekomst: 1° Is het huidige continuïteitsbeleid, zoals in 2011 beschreven in de brief ‘Waarborgen voor continuïteit van zorg’ nog passend?
2° Hoe zou een gecontroleerd faillissement eruit zien? Wat zou de rol van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn als de zorg op een langere termijn wordt afgebouwd?
3° Kan een early warning systeem in het leven worden geroepen, waardoor bij onveilige, ondermaatse zorg en dreigende faillissementen van zorginstellingen vroegtijdig ingegrepen kan worden, zodat de maatschappelijke effecten voor patiënten en personeel worden beperkt?
4° Welke mogelijkheden zijn er om een bewindvoerder in een ziekenhuis aan te stellen als er sprake is van wanbestuur, zoals dit ook is mogelijk gemaakt in het onderwijs?
5° Welke mogelijkheden zijn er voor een crisisfonds waarmee zorgverzekeraars gezamenlijk zorg dragen voor financiering ten behoeve van een verantwoorde overgangsfase in het uiterste geval van faillissement van een ziekenhuis?
1° Is het huidige continuïteitsbeleid, zoals in 2011 beschreven in de brief ‘Waarborgen voor continuïteit van zorg’ nog passend?
2° Hoe zou een gecontroleerd faillissement eruit zien? Wat zou de rol van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn als de zorg op een langere termijn wordt afgebouwd?
3° Kan een early warning systeem in het leven worden geroepen, waardoor bij onveilige, ondermaatse zorg en dreigende faillissementen van zorginstellingen vroegtijdig ingegrepen kan worden, zodat de maatschappelijke effecten voor patiënten en personeel worden beperkt?
4° Welke mogelijkheden zijn er om een bewindvoerder in een ziekenhuis aan te stellen als er sprake is van wanbestuur, zoals dit ook is mogelijk gemaakt in het onderwijs?
5° Welke mogelijkheden zijn er voor een crisisfonds waarmee zorgverzekeraars gezamenlijk zorg dragen voor financiering ten behoeve van een verantwoorde overgangsfase in het uiterste geval van faillissement van een ziekenhuis?
5. De commissie kan gedurende het onderzoek aanvullende vragen formuleren en deze onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.
2. De commissie heeft tot taak onafhankelijk extern onderzoek te verrichten naar de gang van zaken rond de faillissementen van het MC Slotervaart en de MC IJsselmeerziekenhuizen en te onderzoeken welke signalen er waren en welke acties daarop zijn ondernomen en daarover aanbevelingen te doen.
3. Bij haar onderzoek adresseert de commissie in ieder geval de volgende hoofdvragen:
a. Hoe is het proces rondom de faillissementen verlopen? Welke partij wist en deed op welk moment wat?
b. In hoeverre hebben betrokken partijen goed gehandeld, conform wat van hen verwacht mocht worden gezien hun verantwoordelijkheden en op grond van beleid en wet- en regelgeving?
c. Welke lessen kunnen getrokken worden? Is bijvoorbeeld aanpassing van beleid of wet- en regelgeving wenselijk?
4. Op verzoek van de Tweede Kamer betrekt de commissie in haar onderzoek tevens de volgende vragen:
a. Over de faillissementen: 1° Hoe is het mogelijk dat de financiële positie van MC Slotervaart niet inzichtelijk was en uiteindelijk veel slechter was dan gedacht, gezien het feit dat er al jaren sprake was van structurele financiële problemen?
2° Waarom is de afbouw van zorg zo snel na het faillissement ingezet en welke alternatieve scenario’s zijn daarbij overwogen?
3° Wat is de invloed geweest van het (hoge) aandeel flexibele contracten op het verloop van de faillissementen?
1° Hoe is het mogelijk dat de financiële positie van MC Slotervaart niet inzichtelijk was en uiteindelijk veel slechter was dan gedacht, gezien het feit dat er al jaren sprake was van structurele financiële problemen?
2° Waarom is de afbouw van zorg zo snel na het faillissement ingezet en welke alternatieve scenario’s zijn daarbij overwogen?
3° Wat is de invloed geweest van het (hoge) aandeel flexibele contracten op het verloop van de faillissementen?
b. Over de rol van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: 1° Was het ministerie voldoende voorbereid op een eventueel faillissement van de ziekenhuizen?
2° Hoe kan het dat in geen enkel opzicht rekening was gehouden met een spoedig faillissement, nadat de surseance van betaling was aangekondigd?
3° In hoeverre is de rol van de minister van invloed geweest op de afloop van de zwakke financiële situatie van de ziekenhuizen? Had eerder ingrijpen van de minister faillissement kunnen voorkomen; had eerder ingrijpen van de minister kunnen zorgen voor een meer geleidelijke afbouw die voor patiënten en personeel beter was geweest? Wat had de minister, theoretisch, eerder kunnen doen? Over de rol van de zorgverzekeraars:
4° Heeft Zilveren Kruis op tijd gemeld aan de NZa dat zij op afzienbare termijn niet aan hun zorgplicht zouden kunnen voldoen?
5° Waarom stopte de verzekeraar toch eerder met betaling waardoor MC Sloter-vaart en MC IJsselmeerziekenhuizen toch al op 23 oktober 2018 surseance van betaling moesten aanvragen?
6° Waarom heeft verzekeraar Zilveren Kruis pas op 22 oktober 2018 laten weten het plan over financiering van de ziekenhuizen te verwerpen?
1° Was het ministerie voldoende voorbereid op een eventueel faillissement van de ziekenhuizen?
2° Hoe kan het dat in geen enkel opzicht rekening was gehouden met een spoedig faillissement, nadat de surseance van betaling was aangekondigd?
3° In hoeverre is de rol van de minister van invloed geweest op de afloop van de zwakke financiële situatie van de ziekenhuizen? Had eerder ingrijpen van de minister faillissement kunnen voorkomen; had eerder ingrijpen van de minister kunnen zorgen voor een meer geleidelijke afbouw die voor patiënten en personeel beter was geweest? Wat had de minister, theoretisch, eerder kunnen doen? Over de rol van de zorgverzekeraars:
4° Heeft Zilveren Kruis op tijd gemeld aan de NZa dat zij op afzienbare termijn niet aan hun zorgplicht zouden kunnen voldoen?
5° Waarom stopte de verzekeraar toch eerder met betaling waardoor MC Sloter-vaart en MC IJsselmeerziekenhuizen toch al op 23 oktober 2018 surseance van betaling moesten aanvragen?
6° Waarom heeft verzekeraar Zilveren Kruis pas op 22 oktober 2018 laten weten het plan over financiering van de ziekenhuizen te verwerpen?
c. Over lessen voor de toekomst: 1° Is het huidige continuïteitsbeleid, zoals in 2011 beschreven in de brief ‘Waarborgen voor continuïteit van zorg’ nog passend?
2° Hoe zou een gecontroleerd faillissement eruit zien? Wat zou de rol van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn als de zorg op een langere termijn wordt afgebouwd?
3° Kan een early warning systeem in het leven worden geroepen, waardoor bij onveilige, ondermaatse zorg en dreigende faillissementen van zorginstellingen vroegtijdig ingegrepen kan worden, zodat de maatschappelijke effecten voor patiënten en personeel worden beperkt?
4° Welke mogelijkheden zijn er om een bewindvoerder in een ziekenhuis aan te stellen als er sprake is van wanbestuur, zoals dit ook is mogelijk gemaakt in het onderwijs?
5° Welke mogelijkheden zijn er voor een crisisfonds waarmee zorgverzekeraars gezamenlijk zorg dragen voor financiering ten behoeve van een verantwoorde overgangsfase in het uiterste geval van faillissement van een ziekenhuis?
1° Is het huidige continuïteitsbeleid, zoals in 2011 beschreven in de brief ‘Waarborgen voor continuïteit van zorg’ nog passend?
2° Hoe zou een gecontroleerd faillissement eruit zien? Wat zou de rol van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn als de zorg op een langere termijn wordt afgebouwd?
3° Kan een early warning systeem in het leven worden geroepen, waardoor bij onveilige, ondermaatse zorg en dreigende faillissementen van zorginstellingen vroegtijdig ingegrepen kan worden, zodat de maatschappelijke effecten voor patiënten en personeel worden beperkt?
4° Welke mogelijkheden zijn er om een bewindvoerder in een ziekenhuis aan te stellen als er sprake is van wanbestuur, zoals dit ook is mogelijk gemaakt in het onderwijs?
5° Welke mogelijkheden zijn er voor een crisisfonds waarmee zorgverzekeraars gezamenlijk zorg dragen voor financiering ten behoeve van een verantwoorde overgangsfase in het uiterste geval van faillissement van een ziekenhuis?
5. De commissie kan gedurende het onderzoek aanvullende vragen formuleren en deze onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.