BWBR0041941
Geldig vanaf 2023-11-17
Artikel 7
Instellingsbesluit Commissie sectorplan Bèta en Techniek, de Commissie sectorplan Social Sciences and Humanities en Commissie sectorplan Medische en Gezondheidswetenschappen
De Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH hebben voor de periode van 2018–2024 voorts tot taak:
a. bij de advisering zoals bedoeld in artikel 5, onder b, en artikel 6, onder b, de plannen van de in de sectorbeelden genoemde faculteiten te toetsen op kwaliteit. De Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH kunnen gebruik maken van een verdeelsleutel uitgaande van een basisfinanciering per deelnemende faculteit met een bandbreedte afhankelijk van de kwaliteit van de plannen. Hierbij wordt uitgegaan van het budget zoals bedoeld in de tabel in de toelichting. De plannen van faculteiten worden getoetst aan de doelstellingen zoals geformuleerd in de sectorbeelden. Aangezien de sectorbeelden opgesteld zijn aan de hand randvoorwaarden zoals bedoeld in de toelichting, zullen een aantal van deze randvoorwaarden ook terugkomen in de plannen van faculteiten.
b. Gedurende de looptijd van het sectorplan te bevorderen dat de doelen die de faculteiten zich hebben gesteld tijdig en volledig behaald worden, waarbij de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH zelf vaststellen hoe zij dit willen bevorderen. Deze doelen zijn beschreven in de sectorbeelden en de faculteitsplannen en omvatten onder meer het bevorderen van samenwerking en profilering, (gender)diversiteit en het aantrekken en behoud van (nieuw) wetenschappelijk talent middels vaste contracten. Hierbij de observaties mee te nemen in de adviezen van de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH aan de minister ten tijde van de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie, zoals bedoeld in artikel 7 resp. lid c en d.
c. na drie jaar, vóór 1 april 2022, een tussentijdse evaluatie uit te voeren van de door de minister gefinancierde activiteiten vanuit de sectorbeelden en de minister hierover te adviseren vóór 1 juni 2022. De commissie adviseert de minister daarbij ook over de mate van aansluiting van de tweede geldstroom competitie op de met de eerste geldstroom gefinancierde activiteiten. De minister besluit of de middelen ongewijzigd aan de faculteiten worden toegekend voor de tweede periode van drie jaar (vierde tot en met zesde jaar) of dat inhoudelijk accenten worden verlegd waarbij de middelen mogelijk anders worden verdeeld over de betrokken faculteiten.
d. vóór 1 april 2025 een eindevaluatie uit te voeren en hierover vóór 1 juni 2025 een advies aan de minister uit te brengen. Bij de evaluatie te betrekken: i. of het structureel indalen van de middelen – zie tabel in de toelichting – in de rijksbijdrage gerechtvaardigd is. Hiervoor zullen de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH eerst bepalen welke investeringen van faculteiten gezien worden als vaste aanstellingen en/of structurele investeringen en welke niet.
ii. in hoeverre de calls die met tweede geldstroom middelen – zie tabel in toelichting – zijn uitgezet aansluiten op de zwaartepunten waar via de rijksbijdrage in geïnvesteerd wordt.
iii. in het advies te betrekken op welke wijze de eerste geldstroom middelen worden ingezet voor de betreffende sectoren.
i. of het structureel indalen van de middelen – zie tabel in de toelichting – in de rijksbijdrage gerechtvaardigd is. Hiervoor zullen de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH eerst bepalen welke investeringen van faculteiten gezien worden als vaste aanstellingen en/of structurele investeringen en welke niet.
ii. in hoeverre de calls die met tweede geldstroom middelen – zie tabel in toelichting – zijn uitgezet aansluiten op de zwaartepunten waar via de rijksbijdrage in geïnvesteerd wordt.
iii. in het advies te betrekken op welke wijze de eerste geldstroom middelen worden ingezet voor de betreffende sectoren.
a. bij de advisering zoals bedoeld in artikel 5, onder b, en artikel 6, onder b, de plannen van de in de sectorbeelden genoemde faculteiten te toetsen op kwaliteit. De Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH kunnen gebruik maken van een verdeelsleutel uitgaande van een basisfinanciering per deelnemende faculteit met een bandbreedte afhankelijk van de kwaliteit van de plannen. Hierbij wordt uitgegaan van het budget zoals bedoeld in de tabel in de toelichting. De plannen van faculteiten worden getoetst aan de doelstellingen zoals geformuleerd in de sectorbeelden. Aangezien de sectorbeelden opgesteld zijn aan de hand randvoorwaarden zoals bedoeld in de toelichting, zullen een aantal van deze randvoorwaarden ook terugkomen in de plannen van faculteiten.
b. Gedurende de looptijd van het sectorplan te bevorderen dat de doelen die de faculteiten zich hebben gesteld tijdig en volledig behaald worden, waarbij de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH zelf vaststellen hoe zij dit willen bevorderen. Deze doelen zijn beschreven in de sectorbeelden en de faculteitsplannen en omvatten onder meer het bevorderen van samenwerking en profilering, (gender)diversiteit en het aantrekken en behoud van (nieuw) wetenschappelijk talent middels vaste contracten. Hierbij de observaties mee te nemen in de adviezen van de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH aan de minister ten tijde van de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie, zoals bedoeld in artikel 7 resp. lid c en d.
c. na drie jaar, vóór 1 april 2022, een tussentijdse evaluatie uit te voeren van de door de minister gefinancierde activiteiten vanuit de sectorbeelden en de minister hierover te adviseren vóór 1 juni 2022. De commissie adviseert de minister daarbij ook over de mate van aansluiting van de tweede geldstroom competitie op de met de eerste geldstroom gefinancierde activiteiten. De minister besluit of de middelen ongewijzigd aan de faculteiten worden toegekend voor de tweede periode van drie jaar (vierde tot en met zesde jaar) of dat inhoudelijk accenten worden verlegd waarbij de middelen mogelijk anders worden verdeeld over de betrokken faculteiten.
d. vóór 1 april 2025 een eindevaluatie uit te voeren en hierover vóór 1 juni 2025 een advies aan de minister uit te brengen. Bij de evaluatie te betrekken: i. of het structureel indalen van de middelen – zie tabel in de toelichting – in de rijksbijdrage gerechtvaardigd is. Hiervoor zullen de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH eerst bepalen welke investeringen van faculteiten gezien worden als vaste aanstellingen en/of structurele investeringen en welke niet.
ii. in hoeverre de calls die met tweede geldstroom middelen – zie tabel in toelichting – zijn uitgezet aansluiten op de zwaartepunten waar via de rijksbijdrage in geïnvesteerd wordt.
iii. in het advies te betrekken op welke wijze de eerste geldstroom middelen worden ingezet voor de betreffende sectoren.
i. of het structureel indalen van de middelen – zie tabel in de toelichting – in de rijksbijdrage gerechtvaardigd is. Hiervoor zullen de Commissie sectorplan Bèta en Techniek en Commissie sectorplan SSH eerst bepalen welke investeringen van faculteiten gezien worden als vaste aanstellingen en/of structurele investeringen en welke niet.
ii. in hoeverre de calls die met tweede geldstroom middelen – zie tabel in toelichting – zijn uitgezet aansluiten op de zwaartepunten waar via de rijksbijdrage in geïnvesteerd wordt.
iii. in het advies te betrekken op welke wijze de eerste geldstroom middelen worden ingezet voor de betreffende sectoren.