BWBR0041915
Geldig vanaf 2023-04-20
Artikel 2
Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten
1. Voor subsidieverstrekking op grond van dit besluit is:
a. voor activiteiten die plaatsvinden in de kalenderjaren 2019 tot en met 2022 in totaal een bedrag van ten hoogste € 200 miljoen beschikbaar;
b. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2023 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
c. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2024 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
d. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2025 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
e. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2026 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
f. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2027 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar; en
g. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2028 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar.
2. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet volledig wordt uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan het beschikbare bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel b. Indien een beschikbaar bedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, niet volledig wordt uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor activiteiten die plaatsvinden in het daaropvolgende kalenderjaar.
3. Indien het resterende beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, in een bepaald kalenderjaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt het in de bijlagevastgestelde subsidiepercentage verlaagd tot het hoogst mogelijke percentage waarvoor alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen binnen de grenzen van het beschikbare bedrag kunnen worden toegekend.
a. voor activiteiten die plaatsvinden in de kalenderjaren 2019 tot en met 2022 in totaal een bedrag van ten hoogste € 200 miljoen beschikbaar;
b. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2023 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
c. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2024 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
d. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2025 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
e. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2026 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar;
f. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2027 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar; en
g. voor activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar 2028 in totaal een bedrag van ten hoogste € 52,5 miljoen beschikbaar.
2. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet volledig wordt uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan het beschikbare bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel b. Indien een beschikbaar bedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, niet volledig wordt uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor activiteiten die plaatsvinden in het daaropvolgende kalenderjaar.
3. Indien het resterende beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, in een bepaald kalenderjaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt het in de bijlagevastgestelde subsidiepercentage verlaagd tot het hoogst mogelijke percentage waarvoor alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen binnen de grenzen van het beschikbare bedrag kunnen worden toegekend.