BWBR0041884
Geldig vanaf 2019-02-08
Artikel 6
Mandaatbesluit IND Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019
1. Aan de hoofddirecteur blijft voorbehouden:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen, met uitzondering van dienstreizen naar België en Luxemburg;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot inhuur van uitzendkrachten dan wel andere externen;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur of software;
g. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000;
h. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.
2. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering de bevoegdheid verleend tot het aanschaffen van ICT-apparatuur of software voor bedragen tot € 300.000.
3. Onverminderd het eerste en het tweede lid worden in het geval van verhindering of afwezigheid van de hoofddirecteur aan de directeur Bedrijfsvoering de bevoegdheden verleend zoals genoemd onder a tot en met c en e tot en met h van het eerste lid.
4. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Juridische Zaken de bevoegdheid verleend tot inhuur van de dienstverlening van de landsadvocaat.
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen, met uitzondering van dienstreizen naar België en Luxemburg;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot inhuur van uitzendkrachten dan wel andere externen;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur of software;
g. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000;
h. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.
2. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering de bevoegdheid verleend tot het aanschaffen van ICT-apparatuur of software voor bedragen tot € 300.000.
3. Onverminderd het eerste en het tweede lid worden in het geval van verhindering of afwezigheid van de hoofddirecteur aan de directeur Bedrijfsvoering de bevoegdheden verleend zoals genoemd onder a tot en met c en e tot en met h van het eerste lid.
4. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Juridische Zaken de bevoegdheid verleend tot inhuur van de dienstverlening van de landsadvocaat.