BWBR0041833
Geldig vanaf 22-01-2019
Artikel 5:40:4
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2018–2019
1. Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden.
2. Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen of wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:
i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of de ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd;
iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden;
v. een vacature op de datum van ontslag;
Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 5:40:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd.
2. Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen of wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:
i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of de ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd;
iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden;
v. een vacature op de datum van ontslag;
Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 5:40:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd.
- Citeren als
- Art. 5:40:4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041833
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl