BWBR0041821
Geldig vanaf 2019-02-19
Artikel 3
Wet houdende regeling van de mogelijke toewijzing van extra zetels voor Nederland in het Europees Parlement
1. Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement stelt in aanvulling op de vaststelling van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 vast aan welke lijst of lijsten en aan welke kandidaten op die lijst of lijsten de extra zetels toevallen. Deze vaststelling vindt plaats op een bij koninklijk besluit te bepalen datum. De artikelen H 12, vijfde lid, P 20, P 22, P 23en P 24 van de Kieswetzijn van overeenkomstige toepassing.
2. De extra zetels vallen toe aan de lijst of lijsten die, na toewijzing van de laatst toegewezen restzetel bij de vaststelling van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019, bij voortgezette toepassing van de artikelen P 7, P 10 tot en met P 18, P 19, eerste tot en met het vierde lid, P 19aen Y 23a van de Kieswetachtereenvolgens als eerste in aanmerking komen voor de toewijzing van de extra zetels.
3. Bij de toewijzing van de extra zetels, gaat het centraal stembureau uit van een kiesdeler die wordt gevormd door de som van de stemcijfers van alle lijsten, zoals vastgesteld op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019, gedeeld door het aantal aan Nederland toegewezen zetels op grond van het besluit van de Europese Raad ingevolge artikel 14, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
4. Ten aanzien van de lijsten waarop op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 geen kandidaten gekozen zijn verklaard die niet deel uitmaken van een lijstengroep waaraan een of meer zetels zijn toegekend, en die in aanmerking komen voor de toewijzing van één of meer van de extra zetels, rangschikt het centraal stembureau de daarop voorkomende kandidaten op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 in de volgorde, bedoeld in artikel P 19, eerste lid tot en met vierde lid, van de Kieswet.
5. Tot leden van het Europees Parlement worden benoemd verklaard de daarvoor in aanmerking komende kandidaten die in de volgorde, bedoeld in artikel P 19, tweede lid van de Kieswet, het hoogst zijn geplaatst op de lijst. Artikel W 2 van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing.
6. Artikel 8:4, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid.
2. De extra zetels vallen toe aan de lijst of lijsten die, na toewijzing van de laatst toegewezen restzetel bij de vaststelling van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019, bij voortgezette toepassing van de artikelen P 7, P 10 tot en met P 18, P 19, eerste tot en met het vierde lid, P 19aen Y 23a van de Kieswetachtereenvolgens als eerste in aanmerking komen voor de toewijzing van de extra zetels.
3. Bij de toewijzing van de extra zetels, gaat het centraal stembureau uit van een kiesdeler die wordt gevormd door de som van de stemcijfers van alle lijsten, zoals vastgesteld op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019, gedeeld door het aantal aan Nederland toegewezen zetels op grond van het besluit van de Europese Raad ingevolge artikel 14, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
4. Ten aanzien van de lijsten waarop op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 geen kandidaten gekozen zijn verklaard die niet deel uitmaken van een lijstengroep waaraan een of meer zetels zijn toegekend, en die in aanmerking komen voor de toewijzing van één of meer van de extra zetels, rangschikt het centraal stembureau de daarop voorkomende kandidaten op basis van de uitslag van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in mei 2019 in de volgorde, bedoeld in artikel P 19, eerste lid tot en met vierde lid, van de Kieswet.
5. Tot leden van het Europees Parlement worden benoemd verklaard de daarvoor in aanmerking komende kandidaten die in de volgorde, bedoeld in artikel P 19, tweede lid van de Kieswet, het hoogst zijn geplaatst op de lijst. Artikel W 2 van de Kieswetis van overeenkomstige toepassing.
6. Artikel 8:4, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid.