BWBR0041799
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel XXVIII
Wijzigingsregeling enige uitvoeringsregelingen 2018 (belastingen en toeslagen)
Artikel 3.0 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de toepassing van artikel 10a, negende tot en met elfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964ter zake van de uitoefening of vervreemding van een aandelenoptierecht in 2018, met dien verstande dat:
a. de inhoudingsplichtige de de-minimisverklaring, bedoeld in artikel 3.0, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, uiterlijk 1 maart 2019 indient;
b. artikel 10a, negende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 uitsluitend van toepassing is indien de Minister van Economische Zaken en Klimaat ter zake van de de-minimisverklaring, bedoeld in onderdeel a, aan de inhoudingsplichtige heeft gemeld dat uitgaande van de berekening, bedoeld in artikel 10a, tiende lid, van die wet, de toepassing van artikel 10a, negende lid, van die wet niet tot gevolg heeft dat het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 10a, tiende lid, van die wet, wordt overschreden.
a. de inhoudingsplichtige de de-minimisverklaring, bedoeld in artikel 3.0, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, uiterlijk 1 maart 2019 indient;
b. artikel 10a, negende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 uitsluitend van toepassing is indien de Minister van Economische Zaken en Klimaat ter zake van de de-minimisverklaring, bedoeld in onderdeel a, aan de inhoudingsplichtige heeft gemeld dat uitgaande van de berekening, bedoeld in artikel 10a, tiende lid, van die wet, de toepassing van artikel 10a, negende lid, van die wet niet tot gevolg heeft dat het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 10a, tiende lid, van die wet, wordt overschreden.