BWBR0041792
Geldig vanaf 01-01-2019
Artikel 3
Algemeen Reglement van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
1. Het bestuur verstrekt, ter bevordering van de kwaliteit en de diversiteit van de filmproductie in Nederland en een voor de filmkunst ontvankelijk klimaat in Nederland, subsidies ten behoeve van filmproducties of filmactiviteiten.
2. Subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd als niet wordt voldaan aan de culturele criteria zoals bedoeld in artikel 4.
3. Onverminderd het bepaalde in dit reglement neemt het bestuur bij zijn besluit op de aanvraag tot subsidieverlening het volgende in overweging:
– de vereisten en beoordelingscriteria genoemd in dit reglement;
– de vereisten en beoordelingscriteria in de deelreglementen;
– de door het bestuur vastgestelde en gepubliceerde beleidsprioriteiten;
– de noodzaak en omvang van de gevraagde subsidie;
– de beschikbare middelen;
– de vereisten en richtlijnen vermeld in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds;
– de projectanalyse van het subsidiebureau; en,
– het advies van de filmconsulent(en) en/of ad hoc adviseur(s) en/of hoofd(en), desgevraagd.
4. De rechten en verplichtingen die uit de subsidieverlening voortvloeien zijn niet overdraagbaar, te bezwaren, tot zekerheid te stellen of te cederen aan derde partijen.
2. Subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd als niet wordt voldaan aan de culturele criteria zoals bedoeld in artikel 4.
3. Onverminderd het bepaalde in dit reglement neemt het bestuur bij zijn besluit op de aanvraag tot subsidieverlening het volgende in overweging:
– de vereisten en beoordelingscriteria genoemd in dit reglement;
– de vereisten en beoordelingscriteria in de deelreglementen;
– de door het bestuur vastgestelde en gepubliceerde beleidsprioriteiten;
– de noodzaak en omvang van de gevraagde subsidie;
– de beschikbare middelen;
– de vereisten en richtlijnen vermeld in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds;
– de projectanalyse van het subsidiebureau; en,
– het advies van de filmconsulent(en) en/of ad hoc adviseur(s) en/of hoofd(en), desgevraagd.
4. De rechten en verplichtingen die uit de subsidieverlening voortvloeien zijn niet overdraagbaar, te bezwaren, tot zekerheid te stellen of te cederen aan derde partijen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041792
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl