BWBR0041762
Geldig vanaf 2018-12-24
Artikel 14
Regeling maatregelen laagpathogene vogelgriep Veeningen 2018
1. Een houder van commercieel gehouden gevogelte brengt ten minste afscheidingen aan tussen gevogelte en andere dieren die in de inrichting aanwezig zijn.
2. Een houder als bedoeld in het eerste lid neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat het gevogelte in contact komt met gevogelte van een andere houder of met in het wild levende dieren of hun uitwerpselen.
3. Behalve voor gevogelte behorende tot de fazanten (Phasianidae) of de loopvogels is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van het gevogelte.
2. Een houder als bedoeld in het eerste lid neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat het gevogelte in contact komt met gevogelte van een andere houder of met in het wild levende dieren of hun uitwerpselen.
3. Behalve voor gevogelte behorende tot de fazanten (Phasianidae) of de loopvogels is een passende maatregel als bedoeld in het tweede lid ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van het gevogelte.