BWBR0041757
Geldig vanaf 2018-12-28
Artikel 2
Instellingsbesluit beoordelingscommissie technisch vmbo 2018–2023
1. Er is een Beoordelingscommissie sterk techniekonderwijs.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 december 2018 en wordt opgeheven per 1 januari 2025.
3. De commissie heeft tot taak:
a. subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 1.6 en 1.8, tweede lid, van de regeling te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 1.7 van de regeling;
b. subsidieaanvragen van penvoerders in techniekarme regio’s die voldoen aan de criteria, bedoeld onder a, te rangschikken volgens de voorschriften, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling;
c. de Minister te adviseren over de subsidieverstrekking, bedoeld in artikel 1.8 van de regeling, en dat advies te voorzien van een draagkrachtige motivering per beoordeling;
d. te reflecteren op de midtermreviews en de eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en de uitvoering van die plannen monitort en evalueert;
e. te adviseren over de structurele inzet van de investeringsmiddelen van € 100 mln. per jaar vanaf 2024.
4. Voor de taken, bedoeld in het derde lid onderdeel b en c, adviseert de commissie de Minister binnen 10 weken na afloop van de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 1.6 van de regeling. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 1.8, tweede lid, van de regelingadviseert de commissie de Minister eveneens binnen 10 weken.
5. Leden van de commissie zijn ook na 1 januari 2025 te consulteren door de Minister in verband met de rechten en plichten die voortvloeien uit de in het derde lid genoemde taken van de commissie.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 december 2018 en wordt opgeheven per 1 januari 2025.
3. De commissie heeft tot taak:
a. subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 1.6 en 1.8, tweede lid, van de regeling te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 1.7 van de regeling;
b. subsidieaanvragen van penvoerders in techniekarme regio’s die voldoen aan de criteria, bedoeld onder a, te rangschikken volgens de voorschriften, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling;
c. de Minister te adviseren over de subsidieverstrekking, bedoeld in artikel 1.8 van de regeling, en dat advies te voorzien van een draagkrachtige motivering per beoordeling;
d. te reflecteren op de midtermreviews en de eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en de uitvoering van die plannen monitort en evalueert;
e. te adviseren over de structurele inzet van de investeringsmiddelen van € 100 mln. per jaar vanaf 2024.
4. Voor de taken, bedoeld in het derde lid onderdeel b en c, adviseert de commissie de Minister binnen 10 weken na afloop van de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 1.6 van de regeling. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 1.8, tweede lid, van de regelingadviseert de commissie de Minister eveneens binnen 10 weken.
5. Leden van de commissie zijn ook na 1 januari 2025 te consulteren door de Minister in verband met de rechten en plichten die voortvloeien uit de in het derde lid genoemde taken van de commissie.