BWBR0041726
Geldig vanaf 01-01-2019
Artikel 6
Mandaatregeling RDW
1. De in artikel 1a genoemde functionarissen maken van het hen verleende mandaat uitsluitend gebruik, voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein en die naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de Directie.
2. De in de artikelen 2, 3, en 4 genoemde functionarissen maken van het hen verleende mandaat uitsluitend gebruik, voor zover het aangelegenheden betreft die – gelet op het bepaalde in Bijlage 1 bij deze regeling – behoren tot het werkterrein van hun dienstonderdeel, en die – mede gelet op de inhoud van Bijlage 2 bij deze regeling – naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren.
3. De door de Directie aan de in artikel 1a, en de in artikel 2, onder a, b en c, genoemde functionarissen verleende bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend door die waarnemers van bedoelde functionarissen die door de Directie daartoe schriftelijk zijn aangewezen.
4. Op gevallen waarin door de Directie ondermandaat is verleend aan functionarissen van de RDW, ten aanzien van bevoegdheden die door andere bestuursorganen aan de RDW bij mandaat zijn verleend, is deze mandaatregeling van overeenkomstige toepassing.
2. De in de artikelen 2, 3, en 4 genoemde functionarissen maken van het hen verleende mandaat uitsluitend gebruik, voor zover het aangelegenheden betreft die – gelet op het bepaalde in Bijlage 1 bij deze regeling – behoren tot het werkterrein van hun dienstonderdeel, en die – mede gelet op de inhoud van Bijlage 2 bij deze regeling – naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren.
3. De door de Directie aan de in artikel 1a, en de in artikel 2, onder a, b en c, genoemde functionarissen verleende bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend door die waarnemers van bedoelde functionarissen die door de Directie daartoe schriftelijk zijn aangewezen.
4. Op gevallen waarin door de Directie ondermandaat is verleend aan functionarissen van de RDW, ten aanzien van bevoegdheden die door andere bestuursorganen aan de RDW bij mandaat zijn verleend, is deze mandaatregeling van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041726
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl