BWBR0041714
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 12
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019
Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:
a. onredelijk of niet noodzakelijk gemaakte kosten voor uitvoering van het project of een onderdeel daarvan;
b. kosten van het project die qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;
c. de aankoop, bouw of renovatie van onroerend goed;
d. belasting over de toegevoegde waarde, behalve indien deze krachtens het nationale recht inzake belasting over de toegevoegde waarde niet terugvorderbaar is;
e. fooien en geschenken;
f. representatiekosten en representatievergoedingen;
g. kosten van ontspanningsactiviteiten ten behoeve van personeelsleden van het project;
h. kapitaalopbrengsten, schulden en kosten van schulden, rente op schulden, voorzieningen voor eventuele toekomstige verliezen of schulden, verschuldigde rente, dubieuze vorderingen, boetes, financiële sancties, gerechtskosten en buitensporige of roekeloze uitgaven;
i. kosten van de inrichting van een kantoor zoals meubilair en kantoorkosten zoals kosten voor telefoon en internet, schoonmaakkosten, verzekeringen en energiekosten;
j. kosten gemaakt buiten de projectperiode, die benoemd is in de beschikking tot subsidieverlening, met uitzondering van kosten die na afloop van de projectperiode zijn gemaakt voor: – de directe loonkosten voor de projectcoördinatie en -administratie ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de kosten voor onderaanneming ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de directe loonkosten of de kosten van onderaanneming ten behoeve van de loonadministratie tot 13 weken na afloop van de projectperiode; en
– de kosten van specifieke uitgaven in verband met doelgroepen tot 4 weken na afloop van de projectperiode;
– de directe loonkosten voor de projectcoördinatie en -administratie ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de kosten voor onderaanneming ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de directe loonkosten of de kosten van onderaanneming ten behoeve van de loonadministratie tot 13 weken na afloop van de projectperiode; en
– de kosten van specifieke uitgaven in verband met doelgroepen tot 4 weken na afloop van de projectperiode;
k. bijdragen in natura, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b;
m. kosten voor woon-werkverkeer, tenzij een CAO van toepassing is waarin staat dat medewerkers recht hebben op vergoeding hiervan;
n. kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, die in Nederland zijn gemaakt en zijn voorgeschoten door een deelnemer; en
o. kosten die reeds uit andere nationale of Europese middelen worden gefinancierd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt.
a. onredelijk of niet noodzakelijk gemaakte kosten voor uitvoering van het project of een onderdeel daarvan;
b. kosten van het project die qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;
c. de aankoop, bouw of renovatie van onroerend goed;
d. belasting over de toegevoegde waarde, behalve indien deze krachtens het nationale recht inzake belasting over de toegevoegde waarde niet terugvorderbaar is;
e. fooien en geschenken;
f. representatiekosten en representatievergoedingen;
g. kosten van ontspanningsactiviteiten ten behoeve van personeelsleden van het project;
h. kapitaalopbrengsten, schulden en kosten van schulden, rente op schulden, voorzieningen voor eventuele toekomstige verliezen of schulden, verschuldigde rente, dubieuze vorderingen, boetes, financiële sancties, gerechtskosten en buitensporige of roekeloze uitgaven;
i. kosten van de inrichting van een kantoor zoals meubilair en kantoorkosten zoals kosten voor telefoon en internet, schoonmaakkosten, verzekeringen en energiekosten;
j. kosten gemaakt buiten de projectperiode, die benoemd is in de beschikking tot subsidieverlening, met uitzondering van kosten die na afloop van de projectperiode zijn gemaakt voor: – de directe loonkosten voor de projectcoördinatie en -administratie ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de kosten voor onderaanneming ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de directe loonkosten of de kosten van onderaanneming ten behoeve van de loonadministratie tot 13 weken na afloop van de projectperiode; en
– de kosten van specifieke uitgaven in verband met doelgroepen tot 4 weken na afloop van de projectperiode;
– de directe loonkosten voor de projectcoördinatie en -administratie ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de kosten voor onderaanneming ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
– de directe loonkosten of de kosten van onderaanneming ten behoeve van de loonadministratie tot 13 weken na afloop van de projectperiode; en
– de kosten van specifieke uitgaven in verband met doelgroepen tot 4 weken na afloop van de projectperiode;
k. bijdragen in natura, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b;
m. kosten voor woon-werkverkeer, tenzij een CAO van toepassing is waarin staat dat medewerkers recht hebben op vergoeding hiervan;
n. kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, die in Nederland zijn gemaakt en zijn voorgeschoten door een deelnemer; en
o. kosten die reeds uit andere nationale of Europese middelen worden gefinancierd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt.