BWBR0041691
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 8
Besluit vaststelling nadere regels vastleggen en bewaren kentekengegevens ex artikel 126jj Wetboek van Strafvordering door politie
1. Bij ieder verzoek wordt vastgelegd:
a. de identiteit of het kenmerk van de geautoriseerde opsporingsambtenaar die het verzoek heeft behandeld en het bestand heeft geraadpleegd;
b. de identiteit of het kenmerk van de opsporingsambtenaar die het verzoek heeft gedaan;
c. het kenmerk van het bevel van de officier van justitie;
d. in het kader van welk opsporingsonderzoek de raadpleging plaatsvindt;
e. de datum en het tijdstip van het verzoek;
f. de datum en het tijdstip van de raadpleging;
g. de in het verzoek opgenomen politiegegevens, bedoeld in artikel 126jj, derde lid, tweede volzin, van de wet en de ingevoerde zoekvraag;
h. de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens naar aanleiding van het verzoek zijn verstrekt inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven;
i. de datum en het tijdstip van de verstrekking.
2. Artikel 32, vierde lid, van de Wet politiegegevensis van overeenkomstige toepassing.
a. de identiteit of het kenmerk van de geautoriseerde opsporingsambtenaar die het verzoek heeft behandeld en het bestand heeft geraadpleegd;
b. de identiteit of het kenmerk van de opsporingsambtenaar die het verzoek heeft gedaan;
c. het kenmerk van het bevel van de officier van justitie;
d. in het kader van welk opsporingsonderzoek de raadpleging plaatsvindt;
e. de datum en het tijdstip van het verzoek;
f. de datum en het tijdstip van de raadpleging;
g. de in het verzoek opgenomen politiegegevens, bedoeld in artikel 126jj, derde lid, tweede volzin, van de wet en de ingevoerde zoekvraag;
h. de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens naar aanleiding van het verzoek zijn verstrekt inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven;
i. de datum en het tijdstip van de verstrekking.
2. Artikel 32, vierde lid, van de Wet politiegegevensis van overeenkomstige toepassing.