BWBR0041688
Geldig vanaf 2024-02-27
Artikel 3
Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid
1. Aan de secretaris-generaal blijft voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:
a. zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
b. worden genomen op grond van: 1°. het Burgerlijk Wetboek, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000,–;
2º. artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
3º. artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;
4° een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000, overstijgt;
1°. het Burgerlijk Wetboek, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000,–;
2º. artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
3º. artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;
4° een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000, overstijgt;
c. het verstrekken van reisopdrachten aan functionarissen naar landen buiten Europa alsmede Turkije betreffen.
2. Aan de secretaris-generaal blijft tevens voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:
a. zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de Wet open overheid, indien gehele of gedeeltelijke inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
b. uitleveringsbeschikkingen inhouden;
c. betrekking heeft op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een functionaris die tijdelijk is ontheven van de uitoefening van diens functie bij het ministerie en niet in de uitoefening van de functie kan worden hersteld naar het oordeel van diens leidinggevende met A-mandaat als bedoeld in bijlage 1 van het betreffende ondermandaatbesluit, wanneer de functionaris ophoudt met het bekleden van één van de volgende functies: 1. Een functie in een publiekrechtelijk college, waarin de functionaris is benoemd of verkozen;
2. Een functie in een internationale volkenrechtelijke organisatie; of
3. Het vervullen van een functie substituut-ombudsman.
1. Een functie in een publiekrechtelijk college, waarin de functionaris is benoemd of verkozen;
2. Een functie in een internationale volkenrechtelijke organisatie; of
3. Het vervullen van een functie substituut-ombudsman.
a. zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
b. worden genomen op grond van: 1°. het Burgerlijk Wetboek, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000,–;
2º. artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
3º. artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;
4° een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000, overstijgt;
1°. het Burgerlijk Wetboek, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade, of materiële schade boven een bedrag van € 10.000,–;
2º. artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
3º. artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;
4° een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000, overstijgt;
c. het verstrekken van reisopdrachten aan functionarissen naar landen buiten Europa alsmede Turkije betreffen.
2. Aan de secretaris-generaal blijft tevens voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:
a. zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de Wet open overheid, indien gehele of gedeeltelijke inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
b. uitleveringsbeschikkingen inhouden;
c. betrekking heeft op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een functionaris die tijdelijk is ontheven van de uitoefening van diens functie bij het ministerie en niet in de uitoefening van de functie kan worden hersteld naar het oordeel van diens leidinggevende met A-mandaat als bedoeld in bijlage 1 van het betreffende ondermandaatbesluit, wanneer de functionaris ophoudt met het bekleden van één van de volgende functies: 1. Een functie in een publiekrechtelijk college, waarin de functionaris is benoemd of verkozen;
2. Een functie in een internationale volkenrechtelijke organisatie; of
3. Het vervullen van een functie substituut-ombudsman.
1. Een functie in een publiekrechtelijk college, waarin de functionaris is benoemd of verkozen;
2. Een functie in een internationale volkenrechtelijke organisatie; of
3. Het vervullen van een functie substituut-ombudsman.