BWBR0041587
Geldig vanaf 21-09-2019
Artikel 6
Regeling tarieven Dienst Wegverkeer 2019
1. Degene, aan wie een erkenning, bevoegdheid of handelaarskenteken als bedoeld in de Wet, de Wet Personenvervoer 2000 dan wel Arbeidstijdenwet is verleend, dan wel gebruik maakt van een beveiligde aansluiting en wiens erkenning, bevoegdheid of beveiligingsmaatregel niet is ingetrokken of op eigen verzoek is beëindigd op 1 januari 2019, is voor de instandhouding van een erkenning, bevoegdheid of handelaarskenteken het geldende toezicht tarief verschuldigd.
2. Indien een erkenning, bevoegdheid of handelaarskenteken wordt geschorst, tijdelijk of voor onbepaalde tijd wordt ingetrokken, dan wel wordt beëindigd op eigen verzoek, vindt geen restitutie plaats voor het nog resterende deel van het kalenderjaar.
3. Indien een abonnement als bedoeld in deze regeling geschorst, tijdelijk of definitief wordt ingetrokken, dan wel wordt beëindigd op eigen verzoek, vindt geen restitutie plaats voor het nog resterende aantal maanden van het abonnement.
4. Degene die op grond van hoofdstuk III van de Wet aan toezicht is onderworpen en wiens aanwijzing dan wel goedkeuring niet is ingetrokken of op eigen verzoek is beëindigd op 1 januari 2019, is voor de instandhouding van de aanwijzing dan wel goedkeuring het geldende toezicht tarief verschuldigd. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
5. Degene aan wie op grond van hoofdstuk IIa van de Wet een aanwijzing is afgegeven die niet is ingetrokken of op eigen verzoek is beëindigd op 1 januari 2020 is voor de instandhouding van de aanwijzing het geldende toezichttarief verschuldigd. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien een erkenning, bevoegdheid of handelaarskenteken wordt geschorst, tijdelijk of voor onbepaalde tijd wordt ingetrokken, dan wel wordt beëindigd op eigen verzoek, vindt geen restitutie plaats voor het nog resterende deel van het kalenderjaar.
3. Indien een abonnement als bedoeld in deze regeling geschorst, tijdelijk of definitief wordt ingetrokken, dan wel wordt beëindigd op eigen verzoek, vindt geen restitutie plaats voor het nog resterende aantal maanden van het abonnement.
4. Degene die op grond van hoofdstuk III van de Wet aan toezicht is onderworpen en wiens aanwijzing dan wel goedkeuring niet is ingetrokken of op eigen verzoek is beëindigd op 1 januari 2019, is voor de instandhouding van de aanwijzing dan wel goedkeuring het geldende toezicht tarief verschuldigd. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
5. Degene aan wie op grond van hoofdstuk IIa van de Wet een aanwijzing is afgegeven die niet is ingetrokken of op eigen verzoek is beëindigd op 1 januari 2020 is voor de instandhouding van de aanwijzing het geldende toezichttarief verschuldigd. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041587
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl