BWBR0041537
Geldig vanaf 10-11-2018
Artikel 10
Bestuursreglement Autoriteit Persoonsgegevens
1. Ieder lid heeft één stem.
2. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een collegiaal besluitvormingsmodel en streeft naar eenstemmigheid.
3. Een besluit is geldig indien ieder lid aan de stemming heeft deelgenomen, tenzij één van de leden langdurig afwezig is of de omstandigheden van het geval aanleiding geven aan één van de leden om niet deel te nemen aan de besluitvorming. Indien deze uitzonderingen zich voordoen, is een besluit geldig indien twee leden aan de stemming hebben deelgenomen en wordt dit met de reden van de uitzondering vermeld in het verslag.
4. Een lid stemt zonder last of ruggespraak.
5. Ingeval van het ontbreken van eenstemmigheid wordt de besluitvorming voor een week aangehouden, tenzij de besluitvorming niet kan worden uitgesteld. De voorzitter heeft uiteindelijk een beslissende stem, tenzij een uitzondering bedoeld in het derde lid aan de orde is en betrekking heeft op de voorzitter.
6. In spoedeisende gevallen dan wel in andere door de leden bij eenstemmigheid te bepalen gevallen, kan de vergadering schriftelijk hetzij op andere geschikte wijze geschieden. De wijze van besluitvorming wordt alsdan met de genomen beslissing in het verslag vastgesteld.
2. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een collegiaal besluitvormingsmodel en streeft naar eenstemmigheid.
3. Een besluit is geldig indien ieder lid aan de stemming heeft deelgenomen, tenzij één van de leden langdurig afwezig is of de omstandigheden van het geval aanleiding geven aan één van de leden om niet deel te nemen aan de besluitvorming. Indien deze uitzonderingen zich voordoen, is een besluit geldig indien twee leden aan de stemming hebben deelgenomen en wordt dit met de reden van de uitzondering vermeld in het verslag.
4. Een lid stemt zonder last of ruggespraak.
5. Ingeval van het ontbreken van eenstemmigheid wordt de besluitvorming voor een week aangehouden, tenzij de besluitvorming niet kan worden uitgesteld. De voorzitter heeft uiteindelijk een beslissende stem, tenzij een uitzondering bedoeld in het derde lid aan de orde is en betrekking heeft op de voorzitter.
6. In spoedeisende gevallen dan wel in andere door de leden bij eenstemmigheid te bepalen gevallen, kan de vergadering schriftelijk hetzij op andere geschikte wijze geschieden. De wijze van besluitvorming wordt alsdan met de genomen beslissing in het verslag vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041537
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl