BWBR0041519
Geldig vanaf 2018-11-08
Artikel 3
Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid
1. De secretaris-generaal kan ondermandaat verlenen aan:
a. de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit;
b. de hoofden van de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in de artikelen 2, derde lid, van het Organisatiebesluit;
c. de hoofden van de dienstonderdelen, genoemd in artikel 4, tweede lid, van het Organisatiebesluit;
d. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een van de hoofden bedoeld in de voorgaande leden.
2. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b van het Organisatiebesluit, het (onder)mandaat inzake besluiten en klachtenprocedures op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming, verzoeken op grond van de Wet open overheid, verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, klachten, subsidiebesluiten, beleidsregels en, met inachtneming van artikel 2, onderdeel h, Nationale ombudsmanprocedures doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
4. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit, hun (onder)mandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
5. In afwijking van het tweede lid kan (onder)mandaat verder dan één hiërarchisch niveau doorgeven worden door:
a. de secretaris-generaal alsmede de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit, en de hoofden van de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, van het Organisatiebesluit, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen voor zover het betreft het nemen van besluiten inzake financieel beheer en het nemen van rechtspositionele besluiten ten aanzien van onder hen ressorterende ambtenaren;
b. de secretaris-generaal alsmede het hoofd van het cluster, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel f, van het Organisatiebesluit, het hoofd van de dienst, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°, van het Organisatiebesluit, en het hoofd van het baten-lastenagentschap, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel b, onder 4°, van het Organisatiebesluit, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen voor zover het betreft het nemen van besluiten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
6. In afwijking van het tweede lid kan het hoofd van de dienst als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 4, van het Organisatiebesluitzijn ondermandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
a. de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit;
b. de hoofden van de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in de artikelen 2, derde lid, van het Organisatiebesluit;
c. de hoofden van de dienstonderdelen, genoemd in artikel 4, tweede lid, van het Organisatiebesluit;
d. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een van de hoofden bedoeld in de voorgaande leden.
2. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b van het Organisatiebesluit, het (onder)mandaat inzake besluiten en klachtenprocedures op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming, verzoeken op grond van de Wet open overheid, verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, klachten, subsidiebesluiten, beleidsregels en, met inachtneming van artikel 2, onderdeel h, Nationale ombudsmanprocedures doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
4. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit, hun (onder)mandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
5. In afwijking van het tweede lid kan (onder)mandaat verder dan één hiërarchisch niveau doorgeven worden door:
a. de secretaris-generaal alsmede de hoofden van de clusters, genoemd in artikel 2, tweede lid, van het Organisatiebesluit, en de hoofden van de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, van het Organisatiebesluit, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen voor zover het betreft het nemen van besluiten inzake financieel beheer en het nemen van rechtspositionele besluiten ten aanzien van onder hen ressorterende ambtenaren;
b. de secretaris-generaal alsmede het hoofd van het cluster, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel f, van het Organisatiebesluit, het hoofd van de dienst, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 1°, van het Organisatiebesluit, en het hoofd van het baten-lastenagentschap, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel b, onder 4°, van het Organisatiebesluit, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen voor zover het betreft het nemen van besluiten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
6. In afwijking van het tweede lid kan het hoofd van de dienst als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, onder 4, van het Organisatiebesluitzijn ondermandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.