BWBR0041514
Geldig vanaf 2018-12-01
Artikel 10
Beleidsregel over boordvoorzieningen ex Subsidieregeling riolering woonboten 2018–2020
1. De walslang bestaat uit een flexibele slang voorzien van een verwarmingslint en isolatie.
2. Het verwarmingslint is aangebracht:
a. in de slang; of
b. buiten de slang, voorzien van isolatie en een beschermingsmantel.
3. Een walslang met een verwarmingslint in de slang voldoet aan de volgende eisen:
a. de walslang bestaat uit een flexibele slang met verwarmingslint en is voorzien van isolatie;
b. de werkdruk van de walslang is minimaal 3 bar tot 80°C;
c. de buitenmantel van de walslang is waterdicht uitgevoerd;
d. het verwarmingslint is zuurbestendig.
4. Een walslang met een verwarmingslint buiten de slang voldoet aan de volgende eisen:
a. er is een walslang van het type thermal control toegepast;
b. de walslang is vervaardigd uit PVC, voorzien van isolatie en polyamide zwart geribbelde beschermmantel;
c. er is een verwarmingslint van het type CCE-04-CT, met zelfregulerende temperatuur tussen minimaal 5°C en maximaal 20°C, toegepast;
d. het verwarmingslint is rondom de walslang aangebracht, onder de isolatie en de beschermmantel;
e. de buitenmantel van de slang is waterdicht uitgevoerd.
2. Het verwarmingslint is aangebracht:
a. in de slang; of
b. buiten de slang, voorzien van isolatie en een beschermingsmantel.
3. Een walslang met een verwarmingslint in de slang voldoet aan de volgende eisen:
a. de walslang bestaat uit een flexibele slang met verwarmingslint en is voorzien van isolatie;
b. de werkdruk van de walslang is minimaal 3 bar tot 80°C;
c. de buitenmantel van de walslang is waterdicht uitgevoerd;
d. het verwarmingslint is zuurbestendig.
4. Een walslang met een verwarmingslint buiten de slang voldoet aan de volgende eisen:
a. er is een walslang van het type thermal control toegepast;
b. de walslang is vervaardigd uit PVC, voorzien van isolatie en polyamide zwart geribbelde beschermmantel;
c. er is een verwarmingslint van het type CCE-04-CT, met zelfregulerende temperatuur tussen minimaal 5°C en maximaal 20°C, toegepast;
d. het verwarmingslint is rondom de walslang aangebracht, onder de isolatie en de beschermmantel;
e. de buitenmantel van de slang is waterdicht uitgevoerd.