BWBR0041486
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 7
Regeling alarmeringsdienst NL-Alert
1. De Minister van Justitie en Veiligheid kan ten hoogste vijf keer per jaar over een verstuurd NL-Alertbericht een ad-hoc rapportage opvragen, die de aanbieder ten hoogste vijf werkdagen na het distribueren van het bericht, dan wel binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek, beschikbaar stelt.
2. De in het eerste lid bedoelde ad-hoc rapportage bevat ten minste:
a. een grafische weergave van het verzendgebied waarin is aangegeven op welke plekken een NL-Alertbericht is gedistribueerd en waar de distributie niet tot stand is gekomen, en
b. een evaluatie van de werking van de voor het versturen van het NL-Alertbericht gebruikte voorzieningen.
2. De in het eerste lid bedoelde ad-hoc rapportage bevat ten minste:
a. een grafische weergave van het verzendgebied waarin is aangegeven op welke plekken een NL-Alertbericht is gedistribueerd en waar de distributie niet tot stand is gekomen, en
b. een evaluatie van de werking van de voor het versturen van het NL-Alertbericht gebruikte voorzieningen.