BWBR0041439
Geldig vanaf 2023-08-15
Artikel 12
Wet uitvoering antidopingbeleid
1. De Dopingautoriteit verstrekt het openbaar ministerie, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de gegevens die zij behoeven voor de uitvoering van hun taken.
2. Voorts kan de Dopingautoriteit persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, verstrekken aan:
a. antidopingorganisaties van de lidstaten van de Europese Unie; en
b. antidopingorganisaties in andere staten.
3. De Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verstrekken de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, met uitzondering van gegevens over gezondheid.
4. De inspecteur, bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene douanewet, verstrekt de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, voor zover de Dopingautoriteit daarom verzoekt.
5. Sportorganisaties zijn bevoegd persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid, die zij ontvangen van de Dopingautoriteit te verwerken in het kader van de tuchtrechtelijke procedures tegen sporters die worden verdacht van het overtreden van het dopingreglement dat door hun is vastgesteld.
6. De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde gegevensverstrekkingen vinden niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor onevenredig wordt geschaad.
7. Onverminderd het bepaalde in het zesde lid vindt de verstrekking van persoonsgegevens aan antidopingorganisaties, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, uitsluitend plaats indien:
a. de verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces; en
b. inzage in de verstrekte gegevens wordt beperkt tot de organisaties wier toegang tot de gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces.
2. Voorts kan de Dopingautoriteit persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, verstrekken aan:
a. antidopingorganisaties van de lidstaten van de Europese Unie; en
b. antidopingorganisaties in andere staten.
3. De Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verstrekken de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, met uitzondering van gegevens over gezondheid.
4. De inspecteur, bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene douanewet, verstrekt de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, voor zover de Dopingautoriteit daarom verzoekt.
5. Sportorganisaties zijn bevoegd persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid, die zij ontvangen van de Dopingautoriteit te verwerken in het kader van de tuchtrechtelijke procedures tegen sporters die worden verdacht van het overtreden van het dopingreglement dat door hun is vastgesteld.
6. De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde gegevensverstrekkingen vinden niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor onevenredig wordt geschaad.
7. Onverminderd het bepaalde in het zesde lid vindt de verstrekking van persoonsgegevens aan antidopingorganisaties, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, uitsluitend plaats indien:
a. de verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces; en
b. inzage in de verstrekte gegevens wordt beperkt tot de organisaties wier toegang tot de gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces.