BWBR0041426
Geldig vanaf 2019-03-01
Artikel 3
Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk
1. Een opsporingsambtenaar als bedoeld in de artikelen 141, onder b, c en d, en 142 van het Wetboek van Strafvorderingkan door zijn werkgever worden aangewezen voor het binnendringen in een geautomatiseerd werk en het, al dan niet met een technisch hulpmiddel, verrichten van onderzoekshandelingen als bedoeld in de artikelen 126nba, eerste lid, 126uba, eerste lid, en 126zpa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
2. Een op grond van het eerste lid aangewezen opsporingsambtenaar kan uitsluitend met de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid worden belast als hij lid is van een technisch team.
3. Een op grond van het eerste lid aangewezen opsporingsambtenaar kan door de korpschef worden aangewezen als lid van een technisch team indien hij heeft voldaan aan door Onze Minister aangewezen kwalificaties.
2. Een op grond van het eerste lid aangewezen opsporingsambtenaar kan uitsluitend met de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid worden belast als hij lid is van een technisch team.
3. Een op grond van het eerste lid aangewezen opsporingsambtenaar kan door de korpschef worden aangewezen als lid van een technisch team indien hij heeft voldaan aan door Onze Minister aangewezen kwalificaties.