BWBR0041400
Geldig vanaf 2018-09-29
Artikel 6
Reglement Geschillencommissie Defensie Geneeskundige Zorg
1. Bij niet binnen 10 weken afhandelen van een bij de militair geneeskundige dienst ingediende klacht, wordt deze klacht geacht niet tot tevredenheid van de cliënt te zijn afgehandeld, tenzij de cliënt met een vertraagde afhandeling heeft ingestemd.
2. Indien de klacht niet tot tevredenheid van de cliënt door de militair geneeskundige dienst is afgehandeld, is sprake van een geschil en kan de cliënt dit geschil tot uiterlijk 12 maanden na de datum waarop de cliënt de klacht bij de militair geneeskundige dienst indiende, schriftelijk of in een andere door de commissie te bepalen vorm aanhangig maken bij de commissie, met het verzoek daarover een uitspraak te doen.
3. De in het tweede lid bepaalde termijn wordt door de commissie niet ambtshalve toegepast, doch slechts indien daarom door de wederpartij in het geschil bij eerste gelegenheid wordt verzocht. Niettemin kan de commissie, wanneer een zodanig verzoek wordt gedaan, besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, indien de cliënt ter zake van de niet naleving van bedoelde termijn naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft.
2. Indien de klacht niet tot tevredenheid van de cliënt door de militair geneeskundige dienst is afgehandeld, is sprake van een geschil en kan de cliënt dit geschil tot uiterlijk 12 maanden na de datum waarop de cliënt de klacht bij de militair geneeskundige dienst indiende, schriftelijk of in een andere door de commissie te bepalen vorm aanhangig maken bij de commissie, met het verzoek daarover een uitspraak te doen.
3. De in het tweede lid bepaalde termijn wordt door de commissie niet ambtshalve toegepast, doch slechts indien daarom door de wederpartij in het geschil bij eerste gelegenheid wordt verzocht. Niettemin kan de commissie, wanneer een zodanig verzoek wordt gedaan, besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, indien de cliënt ter zake van de niet naleving van bedoelde termijn naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft.