BWBR0041396
Geldig vanaf 2018-10-01
Artikel 3
Regeling UVO 2018
1. De algemene leiding bestaat uit het hoofd van de UVO en het plaatsvervangend hoofd van de UVO. Het hoofd van de UVO is een ambtenaar van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het plaatsvervangend hoofd is een ambtenaar van het Ministerie van Defensie.
2. Het hoofd van de UVO is verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing en organisatie van de UVO. Er is tevens een plaatsvervangend hoofd die hem op zijn verzoek kan vervangen.
3. Onder dagelijkse aansturing en organisatie wordt in ieder geval verstaan:
a. de aansturing van de UVO op bedrijfsvoeringsaspecten en daarbij zorgdragen voor efficiënte inzet van personeel en middelen;
b. het geven van integrale sturing aan het proces van veiligheidsonderzoeken en het besluiten over de afgifte van verklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken;
c. het zorgdragen voor rechtspositionele en personele aangelegenheden ten behoeve van het personeel van de UVO;
d. het ontwikkelen en realiseren van strategische doelstellingen, plannen en begrotingen ten behoeve van jaar- en bestedingsplannen;
e. het zorgdragen voor het behalen van de afgesproken resultaten en periodiek daarover verantwoording afleggen binnen de bestuursraad UVO;
f. het zorgdragen voor beleidsontwikkeling op het gebied van integriteit, personele veiligheid en het stelsel van vertrouwensfuncties, het opleveren van beleidsproducten en het vormgeven en implementeren van processen; en
g. het zorgdragen voor kwaliteitsbehoud en de verdere ontwikkeling van het proces van veiligheidsonderzoeken en het initiëren en sturen van veranderingsprocessen.
4. De algemene leiding legt over de dagelijkse aansturing en organisatie verantwoording af aan de bestuursraad UVO.
2. Het hoofd van de UVO is verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing en organisatie van de UVO. Er is tevens een plaatsvervangend hoofd die hem op zijn verzoek kan vervangen.
3. Onder dagelijkse aansturing en organisatie wordt in ieder geval verstaan:
a. de aansturing van de UVO op bedrijfsvoeringsaspecten en daarbij zorgdragen voor efficiënte inzet van personeel en middelen;
b. het geven van integrale sturing aan het proces van veiligheidsonderzoeken en het besluiten over de afgifte van verklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken;
c. het zorgdragen voor rechtspositionele en personele aangelegenheden ten behoeve van het personeel van de UVO;
d. het ontwikkelen en realiseren van strategische doelstellingen, plannen en begrotingen ten behoeve van jaar- en bestedingsplannen;
e. het zorgdragen voor het behalen van de afgesproken resultaten en periodiek daarover verantwoording afleggen binnen de bestuursraad UVO;
f. het zorgdragen voor beleidsontwikkeling op het gebied van integriteit, personele veiligheid en het stelsel van vertrouwensfuncties, het opleveren van beleidsproducten en het vormgeven en implementeren van processen; en
g. het zorgdragen voor kwaliteitsbehoud en de verdere ontwikkeling van het proces van veiligheidsonderzoeken en het initiëren en sturen van veranderingsprocessen.
4. De algemene leiding legt over de dagelijkse aansturing en organisatie verantwoording af aan de bestuursraad UVO.