BWBR0041334
Geldig vanaf 2023-07-20
Artikel 1.9
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024
1. Voor subsidieverstrekking gelden de volgende verplichtingen:
a. uitvoering van de activiteiten start zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk in maart 2020 voor activiteiten waarvoor de verleningsbeschikking uiterlijk 1 januari 2020 is gegeven, en uiterlijk in oktober 2020 voor activiteiten waarvoor de verleningsbeschikking uiterlijk 1 september 2020 is gegeven;
b. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 november 2021 een voortgangsrapportage over de periode januari 2020 tot 1 juli 2021, en op uiterlijk 1 oktober 2023 een voortgangsrapportage over de periode 1 juli 2021 tot 1 augustus 2023 aan de minister; en
c. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag over de gehele subsidieperiode aan de minister.
2. De voortgangsrapportages omvatten ten minste de bestede middelen, de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten, de bereikte mijlpalen en de gerealiseerde doelen over de betreffende periode.
3. Indien de begroting voor de tweede helft van de subsidieperiode in de aanvraag nog niet was uitgewerkt, omvat de eerste voortgangsrapportage een nadere uitwerking van de begroting. De minister kan naar aanleiding van de eerste voortgangsrapportage de verleningsbeschikking wijzigen.
4. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet voorzien te zijn van een controleverklaring.
5. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportages en het eindverslag.
a. uitvoering van de activiteiten start zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk in maart 2020 voor activiteiten waarvoor de verleningsbeschikking uiterlijk 1 januari 2020 is gegeven, en uiterlijk in oktober 2020 voor activiteiten waarvoor de verleningsbeschikking uiterlijk 1 september 2020 is gegeven;
b. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 november 2021 een voortgangsrapportage over de periode januari 2020 tot 1 juli 2021, en op uiterlijk 1 oktober 2023 een voortgangsrapportage over de periode 1 juli 2021 tot 1 augustus 2023 aan de minister; en
c. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag over de gehele subsidieperiode aan de minister.
2. De voortgangsrapportages omvatten ten minste de bestede middelen, de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten, de bereikte mijlpalen en de gerealiseerde doelen over de betreffende periode.
3. Indien de begroting voor de tweede helft van de subsidieperiode in de aanvraag nog niet was uitgewerkt, omvat de eerste voortgangsrapportage een nadere uitwerking van de begroting. De minister kan naar aanleiding van de eerste voortgangsrapportage de verleningsbeschikking wijzigen.
4. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet voorzien te zijn van een controleverklaring.
5. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportages en het eindverslag.