BWBR0041327
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel XXIII
Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (uitbreiding mogelijkheden om t.a.v. voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren disciplinaire maatregelen op te leggen, enz.)
1. De disciplinaire maatregelen van inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand, schorsing en ontslag, genoemd in artikel 46cakunnen voor handelingen in strijd met artikel 46c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals deze komt te luiden na inwerkingtreding van artikel Ivan deze wet, die hebben plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, alleen worden opgelegd voor gedragingen waarvoor onder het recht dat gold op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet de disciplinaire maatregel van ontslag kon worden opgelegd.
2. Ten aanzien van degene die voor de datum van inwerkingtreding van artikel Ivan deze wet de bepalingen heeft overtreden zoals omschreven in artikel 46c, onder b, kan de maatregel van ontslag voor deze overtreding alleen worden opgelegd indien voor de datum van inwerkintreding van artikel I van deze wet de maatregel van een schriftelijke waarschuwing wegens een gelijke overtreding is opgelegd op grond van artikel 46c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals deze op dat moment luidde.
2. Ten aanzien van degene die voor de datum van inwerkingtreding van artikel Ivan deze wet de bepalingen heeft overtreden zoals omschreven in artikel 46c, onder b, kan de maatregel van ontslag voor deze overtreding alleen worden opgelegd indien voor de datum van inwerkintreding van artikel I van deze wet de maatregel van een schriftelijke waarschuwing wegens een gelijke overtreding is opgelegd op grond van artikel 46c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals deze op dat moment luidde.