BWBR0041320
Geldig vanaf 2018-09-07
Artikel 3
Besluit instelling Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EZK
1. De adviescommissie bestaat uit een voorzitter en tenminste vier andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar. De voorzitter en de andere leden kunnen één maal worden herbenoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.
3. Leden van de adviescommissie zijn:
a. één door de minister aangewezen voorzitter, niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de minister;
b. ten minste twee door de minister aangewezen ambtenaren;
c. ten minste twee door de minister aangewezen leden op voordracht van het Departementaal Georganiseerd Overleg EZK.
4. De adviescommissie wordt bijgestaan door een secretaris, niet zijnde lid, die een medewerker is van het Expertisecentrum Organisatie en Personeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
5. Voor ieder lid van de adviescommissie kan de minister ten minste één plaatsvervanger benoemen. Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar. De voorzitter en de andere leden kunnen één maal worden herbenoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.
3. Leden van de adviescommissie zijn:
a. één door de minister aangewezen voorzitter, niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de minister;
b. ten minste twee door de minister aangewezen ambtenaren;
c. ten minste twee door de minister aangewezen leden op voordracht van het Departementaal Georganiseerd Overleg EZK.
4. De adviescommissie wordt bijgestaan door een secretaris, niet zijnde lid, die een medewerker is van het Expertisecentrum Organisatie en Personeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
5. Voor ieder lid van de adviescommissie kan de minister ten minste één plaatsvervanger benoemen. Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing.