BWBR0041278
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.8
Omgevingsbesluit
1. Het bestuursorgaan dat op grond van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet</a>, de <a href="/wet/BWBR0006622" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wegenverkeerswet 1994</a>of de <a href="/wet/BWBR0001948" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wegenwet</a>bevoegd zou zijn om de besluiten, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, te nemen, is adviseur voor dat onderdeel van het projectbesluit.
2. Het in het eerste lid bedoelde onderdeel van het projectbesluit behoeft ook instemming van het adviserende bestuursorgaan, waarbij geen instemming is vereist als:
a. het projectbesluit wordt vastgesteld door Onze Minister die het aangaat als bedoeld in artikel 5.44 van de wet; of
b. het projectbesluit wordt vastgesteld door gedeputeerde staten en het projectbesluit geldt als besluit waarvoor een ander bestuursorgaan, met uitzondering van een bestuursorgaan van het Rijk, het adviserende bestuursorgaan is.
3. Instemming wordt alleen onthouden op dezelfde gronden als die, waarop een aanvraag om een besluit kan worden afgewezen.
2. Het in het eerste lid bedoelde onderdeel van het projectbesluit behoeft ook instemming van het adviserende bestuursorgaan, waarbij geen instemming is vereist als:
a. het projectbesluit wordt vastgesteld door Onze Minister die het aangaat als bedoeld in artikel 5.44 van de wet; of
b. het projectbesluit wordt vastgesteld door gedeputeerde staten en het projectbesluit geldt als besluit waarvoor een ander bestuursorgaan, met uitzondering van een bestuursorgaan van het Rijk, het adviserende bestuursorgaan is.
3. Instemming wordt alleen onthouden op dezelfde gronden als die, waarop een aanvraag om een besluit kan worden afgewezen.