BWBR0041269
Geldig vanaf 2018-08-29
Artikel 2
Vrijstellingsregeling mestvoorschriften in verband met aanhoudende droogte 2018
1. Van het in artikel 4, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffengestelde verbod wordt in de periode van 1 tot en met 15 september 2018 vrijstelling verleend voor het gebruik van vaste dierlijke meststoffen of steekvast zuiveringsslib op bouwland, gelegen op zand- of lössgrond.
2. Van het in artikel 4, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffengestelde verbod wordt in de periode van 1 tot en met 15 september 2018 vrijstelling verleend voor het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op bouwland.
3. Het tweede lid is alleen van toepassing indien uiterlijk op 17 september 2018:
a. op de desbetreffende grond winterkoolzaad voor zaadwinning in het daaropvolgende jaar wordt geteeld,
b. op de desbetreffende grond een gewas wordt geteeld dat behoort tot de gewasgroep ‘groenbemesters’ van bijlage A, tabel 1, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet en dat, indien het gaat om bouwland gelegen op zand- of lössgrond, in bijlage C van de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen is aangewezen als gewas dat op zand- en lössgronden direct aansluitend na de teelt van maïs wordt geteeld, of
c. in de desbetreffende grond in het daarop aansluitende najaar bloembollen worden geteeld.
2. Van het in artikel 4, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffengestelde verbod wordt in de periode van 1 tot en met 15 september 2018 vrijstelling verleend voor het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op bouwland.
3. Het tweede lid is alleen van toepassing indien uiterlijk op 17 september 2018:
a. op de desbetreffende grond winterkoolzaad voor zaadwinning in het daaropvolgende jaar wordt geteeld,
b. op de desbetreffende grond een gewas wordt geteeld dat behoort tot de gewasgroep ‘groenbemesters’ van bijlage A, tabel 1, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet en dat, indien het gaat om bouwland gelegen op zand- of lössgrond, in bijlage C van de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen is aangewezen als gewas dat op zand- en lössgronden direct aansluitend na de teelt van maïs wordt geteeld, of
c. in de desbetreffende grond in het daarop aansluitende najaar bloembollen worden geteeld.