BWBR0041236
Geldig vanaf 2018-09-01
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Nederlandse Arbeidsinspectie 2018
1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten genoemd in domein V, Werk, Inkomen en Zorg, als genoemd in onderdeel 10.3 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
2. De in artikel 2, tweede lid, bedoelde personen zijn bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten genoemd in domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, als genoemd in onderdeel 7.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
3. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
4. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste of tweede lid genoemde domein.
2. De in artikel 2, tweede lid, bedoelde personen zijn bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten genoemd in domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, als genoemd in onderdeel 7.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
3. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
4. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste of tweede lid genoemde domein.