BWBR0041208
Geldig vanaf 2019-11-19
Artikel 3
Organisatie- en mandaatbesluit Tijdelijke werkorganisatie Inspectie Leefomgeving en Transport
1. Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal is de directeur Omgeving en dienstverlening bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden binnen een portefeuille bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider is het afdelingshoofd van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal of de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden binnen een portefeuille bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider is het afdelingshoofd van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal of de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.