BWBR0041067
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 3
Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV
1. Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de minister een opgave van het totaalbedrag van de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling, voor zover de opgave de in artikel 2genoemde bedragen niet te boven gaat. Hierin wordt onderscheid gemaakt naar scholingsbudget en uitvoeringskosten.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de opgave van het totaalbedrag van de geraamde lasten voor het jaar 2018 ingediend voor 1 juli 2018.
3. De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het totaalbedrag, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde lasten voor het scholingsbudget met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
4. De minister kan, na overleg met het UWV, bij de storting, bedoeld in het derde lid, afwijken van de in het eerste en het tweede lid bedoelde totaalbedragen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de opgave van het totaalbedrag van de geraamde lasten voor het jaar 2018 ingediend voor 1 juli 2018.
3. De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het totaalbedrag, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde lasten voor het scholingsbudget met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
4. De minister kan, na overleg met het UWV, bij de storting, bedoeld in het derde lid, afwijken van de in het eerste en het tweede lid bedoelde totaalbedragen.