BWBR0041054
Geldig vanaf 2018-06-23
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie Kwaliteitsafspraken mbo
1. Er is een Commissie Kwaliteitsafspraken mbo.
2. Op grond van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022heeft de commissie tot taak om per mbo-instelling:
a. de kwaliteitsagenda 2019–2022 te beoordelen, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling, en de minister te adviseren over goedkeuring daarvan;
b. de tussentijdse resultaten te beoordelen, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling, en de minister te adviseren over toekenning van het resultaatafhankelijke budget;
c. te komen tot een integrale eindbeoordeling gebaseerd op de vergelijking van de resultaten met de ambities en doelstellingen verwoord in de kwaliteitsagenda, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling, en de minister te adviseren over de toekenning van het resultaatafhankelijke budget;
d. de minister te adviseren over de bijstelling van de kwaliteitsagenda van een instelling die daartoe een verzoek heeft ingediend, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling.
3. Op grond van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027heeft de commissie tot taak om per mbo-instelling de kwaliteitsagenda’s 2024–2027 te beoordelen.
4. De commissie heeft daarnaast tot taak om een integrale rapportage op te stellen met een landelijk beeld van de beoordeling, voortgang of resultaten van de kwaliteitsafspraken op de volgende momenten:
a. na de initiële beoordeling van de kwaliteitsagenda’s van 2019–2022;
b. na de midterm review in de periode 2019–2022;
c. na de eindbeoordeling van de periode 2019–2022; en
d. na de initiële beoordeling van de kwaliteitsagenda’s van 2024–2027.
2. Op grond van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022heeft de commissie tot taak om per mbo-instelling:
a. de kwaliteitsagenda 2019–2022 te beoordelen, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling, en de minister te adviseren over goedkeuring daarvan;
b. de tussentijdse resultaten te beoordelen, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling, en de minister te adviseren over toekenning van het resultaatafhankelijke budget;
c. te komen tot een integrale eindbeoordeling gebaseerd op de vergelijking van de resultaten met de ambities en doelstellingen verwoord in de kwaliteitsagenda, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling, en de minister te adviseren over de toekenning van het resultaatafhankelijke budget;
d. de minister te adviseren over de bijstelling van de kwaliteitsagenda van een instelling die daartoe een verzoek heeft ingediend, zo nodig mede op basis van een gesprek met de instelling.
3. Op grond van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027heeft de commissie tot taak om per mbo-instelling de kwaliteitsagenda’s 2024–2027 te beoordelen.
4. De commissie heeft daarnaast tot taak om een integrale rapportage op te stellen met een landelijk beeld van de beoordeling, voortgang of resultaten van de kwaliteitsafspraken op de volgende momenten:
a. na de initiële beoordeling van de kwaliteitsagenda’s van 2019–2022;
b. na de midterm review in de periode 2019–2022;
c. na de eindbeoordeling van de periode 2019–2022; en
d. na de initiële beoordeling van de kwaliteitsagenda’s van 2024–2027.