BWBR0041045
Geldig vanaf 2018-06-22
Artikel 3
Beleidsregel nummerportabiliteit in verband met ongewenste overstap
1. De Autoriteit Consument en Markt houdt er rekening mee dat gerede twijfel over de rechtsgeldige beëindiging van de overeenkomst kan meebrengen dat de latende aanbieder de overnemende aanbieder verzoekt om aan te tonen dat sprake is van een rechtsgeldige beëindiging van de overeenkomst, voordat hij gevolg geeft aan artikel 4.10, eerste lid, onderdeel a, van de Telecommunicatiewet.
2. Van gerede twijfel als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake als de latende aanbieder aangeeft dat hij:
a. een klacht van de abonnee heeft ontvangen, waarin de abonnee aangeeft dat hij niet heeft ingestemd met de beëindiging van de overeenkomst of dat hij daarmee heeft ingestemd naar aanleiding van een misleidende voorstelling van zaken door de overnemende aanbieder;
b. herhaaldelijk klachten van abonnees heeft ontvangen, waarin zij hebben aangegeven dat zij niet hebben ingestemd met de beëindiging van hun overeenkomst en de overstap naar de overnemende aanbieder, of dat zij daarmee hebben ingestemd naar aanleiding van een misleidende voorstelling van zaken door de overnemende aanbieder;
c. een opzegging van een overeenkomst voor bepaalde duur heeft ontvangen, die voor de abonnee kosten met zich zou brengen vanwege voortijdige beëindiging van die overeenkomst.
3. Van een misleidende voorstelling van zaken als bedoeld in het tweede lid is in ieder geval sprake in de gevallen, bedoeld in:
a. Afdeling 3A van Titel 3 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien het een klacht van een consument betreft;
b. artikel 194 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien het een klacht van een zakelijke abonnee betreft.
2. Van gerede twijfel als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake als de latende aanbieder aangeeft dat hij:
a. een klacht van de abonnee heeft ontvangen, waarin de abonnee aangeeft dat hij niet heeft ingestemd met de beëindiging van de overeenkomst of dat hij daarmee heeft ingestemd naar aanleiding van een misleidende voorstelling van zaken door de overnemende aanbieder;
b. herhaaldelijk klachten van abonnees heeft ontvangen, waarin zij hebben aangegeven dat zij niet hebben ingestemd met de beëindiging van hun overeenkomst en de overstap naar de overnemende aanbieder, of dat zij daarmee hebben ingestemd naar aanleiding van een misleidende voorstelling van zaken door de overnemende aanbieder;
c. een opzegging van een overeenkomst voor bepaalde duur heeft ontvangen, die voor de abonnee kosten met zich zou brengen vanwege voortijdige beëindiging van die overeenkomst.
3. Van een misleidende voorstelling van zaken als bedoeld in het tweede lid is in ieder geval sprake in de gevallen, bedoeld in:
a. Afdeling 3A van Titel 3 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien het een klacht van een consument betreft;
b. artikel 194 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien het een klacht van een zakelijke abonnee betreft.