BWBR0040940
Geldig vanaf 2018-05-25
Artikel 8
Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
De <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46g</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46j</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46n" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46n</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens, met dien verstande dat:
a. de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46c, eerste lid, ten aanzien van de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens door de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens wordt opgelegd;
b. het in artikel 46c, eerste lid, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of hun advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen, niet op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens van toepassing is;
c. de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46c, eerste lid, ten aanzien van de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens door de president van het gerechtshof Den Haag wordt opgelegd.
a. de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46c, eerste lid, ten aanzien van de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens door de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens wordt opgelegd;
b. het in artikel 46c, eerste lid, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of hun advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen, niet op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens van toepassing is;
c. de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46c, eerste lid, ten aanzien van de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens door de president van het gerechtshof Den Haag wordt opgelegd.