BWBR0040870
Geldig vanaf 2018-09-01
Artikel 2
Beleidsregel bevoegdheid basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs voor buitenlandse diploma’s
1. De Minister kan op verzoek een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school, een basisschool, een school voor speciaal basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs, aan degene die:
a. in het bezit is van een buiten Nederland verkregen bewijsstuk of meerdere buiten Nederland verkregen bewijsstukken: • waaraan in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan 4- tot en met 12-jarigen;
• waarmee in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen bekwaamheid als leraar wordt aangetoond; en
• waaraan een opleiding ten grondslag ligt die voor wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan het getuigschrift leraar basisonderwijs uit het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WHW; en
• waaraan in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan 4- tot en met 12-jarigen;
• waarmee in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen bekwaamheid als leraar wordt aangetoond; en
• waaraan een opleiding ten grondslag ligt die voor wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan het getuigschrift leraar basisonderwijs uit het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WHW; en
b. in het bezit is van: 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Nederlandse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Nederlands als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Nederlandse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.
1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Nederlandse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Nederlands als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Nederlandse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.
2. In aanvulling op het eerste lid kan de Minister op verzoek ook een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school in het openbare lichaam Bonaire, aan degene die:
a. voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a; en
b. in het bezit is van: 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Papiamentse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Papiaments als examenvak.
1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Papiamentse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Papiaments als examenvak.
3. In aanvulling op het eerste lid kan de Minister op verzoek ook een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school in de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius en het geven van basisonderwijs op een afdeling van internationaal georiënteerd basisonderwijs, als bedoeld in artikel 85a van de WPO, aan degene die:
a. voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a; en
b. in het bezit is van: 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Engelse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst;
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, als bedoeld in artikel 2.58 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Engels als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Engelse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.
1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Engelse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst;
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, als bedoeld in artikel 2.58 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Engels als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Engelse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.
a. in het bezit is van een buiten Nederland verkregen bewijsstuk of meerdere buiten Nederland verkregen bewijsstukken: • waaraan in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan 4- tot en met 12-jarigen;
• waarmee in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen bekwaamheid als leraar wordt aangetoond; en
• waaraan een opleiding ten grondslag ligt die voor wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan het getuigschrift leraar basisonderwijs uit het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WHW; en
• waaraan in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan 4- tot en met 12-jarigen;
• waarmee in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen bekwaamheid als leraar wordt aangetoond; en
• waaraan een opleiding ten grondslag ligt die voor wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan het getuigschrift leraar basisonderwijs uit het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WHW; en
b. in het bezit is van: 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Nederlandse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Nederlands als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Nederlandse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.
1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Nederlandse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Nederlands als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Nederlandse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.
2. In aanvulling op het eerste lid kan de Minister op verzoek ook een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school in het openbare lichaam Bonaire, aan degene die:
a. voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a; en
b. in het bezit is van: 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Papiamentse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Papiaments als examenvak.
1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Papiamentse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Papiaments als examenvak.
3. In aanvulling op het eerste lid kan de Minister op verzoek ook een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school in de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius en het geven van basisonderwijs op een afdeling van internationaal georiënteerd basisonderwijs, als bedoeld in artikel 85a van de WPO, aan degene die:
a. voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a; en
b. in het bezit is van: 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Engelse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst;
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, als bedoeld in artikel 2.58 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Engels als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Engelse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.
1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Engelse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst;
2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, als bedoeld in artikel 2.58 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Engels als examenvak; of
3. een getuigschrift van een bacheloropleiding, als bedoeld in artikel 7.3a van de WHW, of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, van een opleiding die wordt gegeven in de Engelse taal en is geaccrediteerd in het land waar deze opleiding wordt gegeven.