BWBR0040855
Geldig vanaf 2018-05-01
Artikel 4
Regeling naslag Wiv 2017
In de navolgende gevallen kunnen de daarbij aangewezen personen en instanties een schriftelijk verzoek richten aan de Minister van Defensie voor het doen van naslag:
a. met betrekking tot personen die een functie gaan bekleden, niet zijnde een vertrouwensfunctie in de zin van de Wet veiligheidsonderzoeken, bij een defensieorderbedrijf, waarmee zij in een positie komen waarin zij de nationale veiligheid schade kunnen toebrengen: degene die bevoegd is het desbetreffende defensieorderbedrijf te vertegenwoordigen;
b. met betrekking tot bedrijven, organisaties of personen die door een overname van, overname door, investering in of door, of fusie, totstandbrenging van een gemeenschappelijke onderneming of splitsing dan wel samenwerkingsverband met bedrijven, het verwerven van vermogensbestanddelen, andere rechtshandelingen of verkrijging van goederen onder algemene titel, dan wel door levering van producten of diensten aan de Nederlandse overheid of een vitale aanbieder, in een positie kunnen komen waarin zij de nationale veiligheid schade kunnen toebrengen: de Minister van Justitie en Veiligheid, of namens deze de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, of namens deze het hoofd van Bureau Toetsing Investeringen, dan wel de Minister die het aangaat dan wel degene die bevoegd is het desbetreffende bedrijf of de desbetreffende organisatie te vertegenwoordigen;
c. met betrekking tot vreemdelingen die in Nederland (willen) verblijven of een aanvraag om in Nederland te verblijven hebben ingediend, dan wel ten aanzien van wie het opleggen van een inreisverbod of een ongewenstverklaringsmaatregel wordt overwogen en ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat zij mogelijk een gevaar voor de nationale veiligheid vormen: de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, of namens deze de Visadienst of de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
d. met betrekking tot de aanstelling van defensie-, marine-, landmacht- of luchtmacht-attachés: de Minister van Buitenlandse Zaken, of namens deze de Directie Protocol en Gastlandzaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
e. met betrekking tot personen voor wie een beperkende maatregel op grond van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie dan wel krachtens de Sanctiewet 1977 van toepassing is of wordt overwogen alsmede met betrekking tot personen ten aanzien van wie en rechtspersonen en entiteiten ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat jegens hen zodanige maatregel van toepassing is: de Minister van Financiën, of namens deze de Directie Financiële Markten van het Ministerie van Financiën, of de Minister van Buitenlandse Zaken, of namens deze de Directie Veiligheidsbeleid, afdeling Terrorismebestrijding en Nationale Veiligheid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of de Minister van Economische Zaken en Klimaat, of namens deze het hoofd van Bureau Toetsing Investeringen;
f. met betrekking tot een verzoek op grond van artikel 4, vierde lid, van de Uitvoeringswet screeningsverordening buitenlandse directe investeringen: Onze verantwoordelijke minister als bedoeld in artikel 1 van die wet;
g. met betrekking tot een verzoek zoals bedoeld in artikel 6, vierde lid, of artikel 7, derde lid, van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79) van een lidstaat die terdege van oordeel is dat een buitenlandse directe investering op zijn grondgebied gevolgen kan hebben voor zijn veiligheid of openbare orde: Onze verantwoordelijke minister als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet screeningsverordening buitenlandse directe investeringen;
h. met betrekking tot erkend referenten als bedoeld in hoofdstuk 1, afdeling 3 Vreemdelingenbesluit 2000: de Minister van Justitie en Veiligheid of namens deze de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
a. met betrekking tot personen die een functie gaan bekleden, niet zijnde een vertrouwensfunctie in de zin van de Wet veiligheidsonderzoeken, bij een defensieorderbedrijf, waarmee zij in een positie komen waarin zij de nationale veiligheid schade kunnen toebrengen: degene die bevoegd is het desbetreffende defensieorderbedrijf te vertegenwoordigen;
b. met betrekking tot bedrijven, organisaties of personen die door een overname van, overname door, investering in of door, of fusie, totstandbrenging van een gemeenschappelijke onderneming of splitsing dan wel samenwerkingsverband met bedrijven, het verwerven van vermogensbestanddelen, andere rechtshandelingen of verkrijging van goederen onder algemene titel, dan wel door levering van producten of diensten aan de Nederlandse overheid of een vitale aanbieder, in een positie kunnen komen waarin zij de nationale veiligheid schade kunnen toebrengen: de Minister van Justitie en Veiligheid, of namens deze de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, of namens deze het hoofd van Bureau Toetsing Investeringen, dan wel de Minister die het aangaat dan wel degene die bevoegd is het desbetreffende bedrijf of de desbetreffende organisatie te vertegenwoordigen;
c. met betrekking tot vreemdelingen die in Nederland (willen) verblijven of een aanvraag om in Nederland te verblijven hebben ingediend, dan wel ten aanzien van wie het opleggen van een inreisverbod of een ongewenstverklaringsmaatregel wordt overwogen en ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat zij mogelijk een gevaar voor de nationale veiligheid vormen: de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, of namens deze de Visadienst of de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
d. met betrekking tot de aanstelling van defensie-, marine-, landmacht- of luchtmacht-attachés: de Minister van Buitenlandse Zaken, of namens deze de Directie Protocol en Gastlandzaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
e. met betrekking tot personen voor wie een beperkende maatregel op grond van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie dan wel krachtens de Sanctiewet 1977 van toepassing is of wordt overwogen alsmede met betrekking tot personen ten aanzien van wie en rechtspersonen en entiteiten ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat jegens hen zodanige maatregel van toepassing is: de Minister van Financiën, of namens deze de Directie Financiële Markten van het Ministerie van Financiën, of de Minister van Buitenlandse Zaken, of namens deze de Directie Veiligheidsbeleid, afdeling Terrorismebestrijding en Nationale Veiligheid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of de Minister van Economische Zaken en Klimaat, of namens deze het hoofd van Bureau Toetsing Investeringen;
f. met betrekking tot een verzoek op grond van artikel 4, vierde lid, van de Uitvoeringswet screeningsverordening buitenlandse directe investeringen: Onze verantwoordelijke minister als bedoeld in artikel 1 van die wet;
g. met betrekking tot een verzoek zoals bedoeld in artikel 6, vierde lid, of artikel 7, derde lid, van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79) van een lidstaat die terdege van oordeel is dat een buitenlandse directe investering op zijn grondgebied gevolgen kan hebben voor zijn veiligheid of openbare orde: Onze verantwoordelijke minister als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet screeningsverordening buitenlandse directe investeringen;
h. met betrekking tot erkend referenten als bedoeld in hoofdstuk 1, afdeling 3 Vreemdelingenbesluit 2000: de Minister van Justitie en Veiligheid of namens deze de Immigratie- en Naturalisatiedienst.