BWBR0040850
Geldig vanaf 28-04-2018
Artikel 5
Regeling vaststelling tijdelijke subsidieregeling journalistieke innovatie 2018
1. Het Stimuleringsfonds beslist gelijktijdig op de verzoeken op basis van randvoorwaardelijke en inhoudelijke criteria.
2. De randvoorwaardelijke criteria bestaan uit:
a. het journalistieke karakter, waarbij de activiteiten betrekking hebben op 1° journalistieke producten,
2° journalistieke diensten,
3° platforms om journalistieke producten of diensten te realiseren, of
4° modellen om journalistieke producten of diensten te realiseren; en
1° journalistieke producten,
2° journalistieke diensten,
3° platforms om journalistieke producten of diensten te realiseren, of
4° modellen om journalistieke producten of diensten te realiseren; en
b. het innovatieve karakter, waarbij de activiteiten vernieuwingen tot stand brengen binnen een van de vereiste vormen van het journalistieke karakter, waarbij vernieuwing kan bestaan uit: 1° nieuwe activiteiten binnen het journalistieke karakter,
2° nieuwe combinaties van activiteiten binnen het journalistieke karakter,
3° nieuwe combinaties van bestaande activiteiten binnen het journalistieke karakter, of
4° nieuwe combinaties van nieuwe met activiteiten binnen het journalistieke karakter.
1° nieuwe activiteiten binnen het journalistieke karakter,
2° nieuwe combinaties van activiteiten binnen het journalistieke karakter,
3° nieuwe combinaties van bestaande activiteiten binnen het journalistieke karakter, of
4° nieuwe combinaties van nieuwe met activiteiten binnen het journalistieke karakter.
3. De inhoudelijke criteria hebben betrekking op de haalbaarheid van het ingediende activiteitenplan en betreffen: a. het duurzame karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het project zelfvoorzienend worden voortgezet na het subsidietraject;
b. het uitvoerbare karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het voorgenomen activiteitenplan worden uitgevoerd binnen de termijn van en met de beschikbare middelen binnen de regeling; en
c. het karakter van de teamsamenstelling: in hoeverre zijn de juiste competenties aanwezig om het voorgenomen activiteitenplan uit te voeren.
a. het duurzame karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het project zelfvoorzienend worden voortgezet na het subsidietraject;
b. het uitvoerbare karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het voorgenomen activiteitenplan worden uitgevoerd binnen de termijn van en met de beschikbare middelen binnen de regeling; en
c. het karakter van de teamsamenstelling: in hoeverre zijn de juiste competenties aanwezig om het voorgenomen activiteitenplan uit te voeren.
2. De randvoorwaardelijke criteria bestaan uit:
a. het journalistieke karakter, waarbij de activiteiten betrekking hebben op 1° journalistieke producten,
2° journalistieke diensten,
3° platforms om journalistieke producten of diensten te realiseren, of
4° modellen om journalistieke producten of diensten te realiseren; en
1° journalistieke producten,
2° journalistieke diensten,
3° platforms om journalistieke producten of diensten te realiseren, of
4° modellen om journalistieke producten of diensten te realiseren; en
b. het innovatieve karakter, waarbij de activiteiten vernieuwingen tot stand brengen binnen een van de vereiste vormen van het journalistieke karakter, waarbij vernieuwing kan bestaan uit: 1° nieuwe activiteiten binnen het journalistieke karakter,
2° nieuwe combinaties van activiteiten binnen het journalistieke karakter,
3° nieuwe combinaties van bestaande activiteiten binnen het journalistieke karakter, of
4° nieuwe combinaties van nieuwe met activiteiten binnen het journalistieke karakter.
1° nieuwe activiteiten binnen het journalistieke karakter,
2° nieuwe combinaties van activiteiten binnen het journalistieke karakter,
3° nieuwe combinaties van bestaande activiteiten binnen het journalistieke karakter, of
4° nieuwe combinaties van nieuwe met activiteiten binnen het journalistieke karakter.
3. De inhoudelijke criteria hebben betrekking op de haalbaarheid van het ingediende activiteitenplan en betreffen: a. het duurzame karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het project zelfvoorzienend worden voortgezet na het subsidietraject;
b. het uitvoerbare karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het voorgenomen activiteitenplan worden uitgevoerd binnen de termijn van en met de beschikbare middelen binnen de regeling; en
c. het karakter van de teamsamenstelling: in hoeverre zijn de juiste competenties aanwezig om het voorgenomen activiteitenplan uit te voeren.
a. het duurzame karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het project zelfvoorzienend worden voortgezet na het subsidietraject;
b. het uitvoerbare karakter van de activiteiten: in hoeverre kan het voorgenomen activiteitenplan worden uitgevoerd binnen de termijn van en met de beschikbare middelen binnen de regeling; en
c. het karakter van de teamsamenstelling: in hoeverre zijn de juiste competenties aanwezig om het voorgenomen activiteitenplan uit te voeren.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0040850
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl