1. Een houder verstrekt op een daartoe strekkend verzoek als bedoeld in
artikel 4, eerste lid, van het besluit, een lijst van de desbetreffende antenne-opstelpunten die bij hem in eigendom zijn, welke de navolgende gegevens omvat:
a. de hoogte van de desbetreffende antenne-opstelpunten gemeten vanaf de mastvoet ten opzichte van het maaiveld;
b. het adres van de locatie van de desbetreffende antenne-opstelpunten of de coördinaten van de locatie van de antenne-opstelpunten in oosterlengte en noorderbreedte uitgedrukt in graden, minuten en seconden volgens het systeem WGS 84.
2. In het geval dat in het verzoek, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, van het besluitis aangegeven dat de behoefte tot medegebruik betrekking heeft op het medegebruik van kale mastruimte, verstrekt de houder met betrekking tot de antenne-opstelpunten, zoals aangeduid in het verzoek, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, tevens de navolgende gegevens:
a. de gegevens betreffende het gebruikte mast type, gespecificeerd naar: 1°. buis- of vakwerkmast, en
2°. de vorm;
1°. buis- of vakwerkmast, en
2°. de vorm;
b. een detailtekening van de mast met exacte maatvoering, de indeling van de mast en opgaaf van de voor de mast gebruikte materialen alsmede de lengte van de mast en het gewicht;
c. de sterkteberekening van de mast en de daaraan ten grondslag liggende rapporten;
d. de gegevens betreffende de op de mast geaccommodeerde antennesystemen met bijbehorend vergunningsdiagram en overige specificaties, waaronder: 1°. het aantal antennes per laag;
2°. het aantal antennelagen;
3°. de op de antennes geaccommodeerde of te accommoderen frequenties;
4°. het gerealiseerde antennediagram of het vergunningsdiagram;
5°. de antennerichting(en) in graden ten opzichte van het geografische Noorden;
6°. het ERP-vermogen van de frequenties waartoe het antennesysteem dient;
7°. de polarisatie van de geaccommodeerde frequenties;
1°. het aantal antennes per laag;
2°. het aantal antennelagen;
3°. de op de antennes geaccommodeerde of te accommoderen frequenties;
4°. het gerealiseerde antennediagram of het vergunningsdiagram;
5°. de antennerichting(en) in graden ten opzichte van het geografische Noorden;
6°. het ERP-vermogen van de frequenties waartoe het antennesysteem dient;
7°. de polarisatie van de geaccommodeerde frequenties;
e. gegevens betreffende reserveringen op de mast, gespecificeerd naar: 1°. reserveringen voor eigen gebruik dan wel voor derden;
2°. per reservering de hoogte en omvang van het ruimtebeslag voor het antennesysteem, de hoogte en omvang van de frequentietechnisch onbruikbare ruimte boven en onder het antennesysteem alsmede de datum van feitelijke ingebruikneming van de frequentietechnische toepassing waarvoor gereserveerd wordt;
1°. reserveringen voor eigen gebruik dan wel voor derden;
2°. per reservering de hoogte en omvang van het ruimtebeslag voor het antennesysteem, de hoogte en omvang van de frequentietechnisch onbruikbare ruimte boven en onder het antennesysteem alsmede de datum van feitelijke ingebruikneming van de frequentietechnische toepassing waarvoor gereserveerd wordt;
f. informatie over de toepassingen waarvoor gereserveerd wordt, gespecificeerd naar de eigenschappen van de antennesystemen voor die toepassingen, te weten: 1°. het aantal antennes per laag;
2°. het aantal antennelagen;
3°. de op de antennes te accommoderen frequenties;
4°. de polarisatie van de te accommoderen frequenties;
5°. het gerealiseerde antennediagram of het vergunningsdiagram;
6°. de antennerichting(en) in graden ten opzichte van het geografische Noorden;
7°. het ERP-vermogen van de frequenties waartoe het antennesysteem dient.
1°. het aantal antennes per laag;
2°. het aantal antennelagen;
3°. de op de antennes te accommoderen frequenties;
4°. de polarisatie van de te accommoderen frequenties;
5°. het gerealiseerde antennediagram of het vergunningsdiagram;
6°. de antennerichting(en) in graden ten opzichte van het geografische Noorden;
7°. het ERP-vermogen van de frequenties waartoe het antennesysteem dient.
3. In het geval dat in het verzoek, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, van het besluit, is aangegeven dat de behoefte tot medegebruik betrekking heeft op het medegebruik van antennesystemen, verstrekt de houder met betrekking tot de antenne-opstelpunten, zoals aangeduid in het verzoek, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, per antennesysteem tevens de navolgende gegevens:
a. de op de antennes geaccommodeerde of te accommoderen frequenties met bijbehorend ERP-vermogen;
b. het merk en type van de gebruikte antennes;
c. het aantal gebruikte antennes per laag;
d. het aantal antennelagen;
e. de verticale afstand tussen de antennes;
f. het gerealiseerde antennediagram per frequentie in horizontaal en voor de hoofdrichting in verticaal vlak;
g. de stand van de antennes van het antennesysteem ten opzichte van het geografische Noorden (azimut);
h. het montagepunt van de antennes ten opzichte van het geografische Noorden (screen azimut) en de afstand van dat montagepunt tot het hart van de mast (screen distance);
i. de vermogens- en faseverdeling van de antennes op één laag, per frequentie;
j. bij situaties waarbij sprake is van systemen met vier of meer antennelagen, het nullfilling percentage;
k. de harthoogte van de onderste laag van het antennesysteem ten opzichte van het maaiveld;
l. het feedertracé, gespecificeerd naar: 1°. merk van de feeders;
2°. type van de feeders;
3°. aantal gebruikte feeders;
4°. de lengte van de gebruikte feeders;
5°. opgave van het punt waar de feeders beginnen;
6°. het aansluitschema van de feeders;
7°. de verliezen in het traject vanaf de zender tot en met het antennesysteem;
1°. merk van de feeders;
2°. type van de feeders;
3°. aantal gebruikte feeders;
4°. de lengte van de gebruikte feeders;
5°. opgave van het punt waar de feeders beginnen;
6°. het aansluitschema van de feeders;
7°. de verliezen in het traject vanaf de zender tot en met het antennesysteem;
m. de per frequentie te gebruiken connector voor het aansluitpunt;
n. een opgave van de eventuele extra apparatuur die nodig is om de zender aan te sluiten op het aansluitpunt.
4. In het geval dat in het verzoek, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, van het besluit, is aangegeven dat de behoefte tot medegebruik betrekking heeft op het medegebruik van multipattern systemen, verstrekt de houder met betrekking tot de antenne-opstelpunten, zoals aangeduid in het verzoek, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, per antennesysteem tevens de navolgende gegevens:
a. de schema’s van de filtersectie, met opgaaf van het merk en type van de gebruikte filters;
b. de gegevens betreffende de vermogensverdelers per frequentie met opgaaf van het merk en type van de gebruikte verdelers;
c. de gegevens betreffende de faseverdeler per frequentie met opgaaf van de faseverdeling.