BWBR0040788
Geldig vanaf 2022-02-24
Artikel 4
Besluit medegebruik omroepzendernetwerken en fysieke en publieke infrastructuur
1. Een houder verstrekt op verzoek van een andere houder, teneinde deze in staat te stellen met betrekking tot zijn omroepzendernetwerk een verzoek tot medegebruik in te dienen, binnen twee weken na ontvangst van dat verzoek, de daartoe benodigde gegevens. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid wordt, gelet op de aanwezige behoefte tot medegebruik, beperkt tot een bepaald antenne-opstelpunt dan wel de antenne-opstelpunten in een nader aangeduid deel van het land. Daarbij wordt, indien dit reeds mogelijk is, aangegeven wat voor soort medegebruik met betrekking tot het desbetreffende antenne-opstelpunt dan wel de desbetreffende antenne-opstelpunten wordt gewenst.
3. In het geval, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarbij een ontvanger van een verzoek tot medegebruik van zijn omroepzendernetwerk aan de verzoeker heeft medegedeeld dat deze onvoldoende gegevens heeft verstrekt om een beslissing op het verzoek tot medegebruik te nemen, verstrekt de ontvanger aan de verzoeker die informatie betreffende het antenne-opstelpunt, het antennesysteem of de antenne waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft, die noodzakelijk is voor de verzoeker om op redelijke wijze aan het verzoek tot het verstrekken van de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, te kunnen voldoen. De gegevens worden gelijktijdig verstrekt met de mededeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, eerste volzin.
4. Tot de informatie, bedoeld in het derde lid, behoort in ieder geval:
a. een overzicht van de beschikbare ruimte op de desbetreffende antenne-opstelpunten en het frequentiebereik van de desbetreffende antennesystemen of antennes, waarbij in elk geval wordt aangegeven of de ruimte, respectievelijk het gehele frequentiebereik daadwerkelijk in gebruik dan wel gereserveerd is;
b. de noodzakelijke technische gegevens van de desbetreffende antenne-opstelpunten en de daarop aanwezige antennesystemen en antennes.
5. Voor de verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid kan een vergoeding op basis van werkelijk gemaakte kosten in rekening worden gebracht bij de houder die het verzoek heeft ingediend.
6. Indien een houder niet voldoet aan een verzoek tot gegevensverstrekking als bedoeld in het eerste lid of de ontvanger niet voldoet aan de verplichting tot het verstrekken van de informatie, bedoeld in het derde lid, neemt de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag van de houder die het verzoek tot gegevensverstrekking heeft gedaan onderscheidenlijk de verzoeker, bedoeld in het vierde lid, een besluit inzake de plicht tot het verstrekken van de desbetreffende gegevens. Voor zover het gaat om de verstrekking van gegevens als bedoeld in het vierde lid, wordt met ingang van de dag na de datum waarop aan de Autoriteit Consument en Markt is verzocht een besluit als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de termijn, bedoeld in artikel 3, tweede lid, eerste volzin, opgeschort tot de dag waarop door de Autoriteit Consument en Markt een besluit is genomen. De Autoriteit Consument en Markt kan bij haar besluit in afwijking van het bepaalde in artikel 3 termijnen stellen waarbinnen:
a. de gegevens, bedoeld in het derde lid, door de ontvanger worden verstrekt;
b. de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, door de verzoeker aan de ontvanger worden verstrekt.
7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de beperking van het verzoek, bedoeld in het tweede lid;
b. de gegevens, bedoeld in het derde lid;
c. de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid wordt, gelet op de aanwezige behoefte tot medegebruik, beperkt tot een bepaald antenne-opstelpunt dan wel de antenne-opstelpunten in een nader aangeduid deel van het land. Daarbij wordt, indien dit reeds mogelijk is, aangegeven wat voor soort medegebruik met betrekking tot het desbetreffende antenne-opstelpunt dan wel de desbetreffende antenne-opstelpunten wordt gewenst.
3. In het geval, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarbij een ontvanger van een verzoek tot medegebruik van zijn omroepzendernetwerk aan de verzoeker heeft medegedeeld dat deze onvoldoende gegevens heeft verstrekt om een beslissing op het verzoek tot medegebruik te nemen, verstrekt de ontvanger aan de verzoeker die informatie betreffende het antenne-opstelpunt, het antennesysteem of de antenne waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft, die noodzakelijk is voor de verzoeker om op redelijke wijze aan het verzoek tot het verstrekken van de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, te kunnen voldoen. De gegevens worden gelijktijdig verstrekt met de mededeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, eerste volzin.
4. Tot de informatie, bedoeld in het derde lid, behoort in ieder geval:
a. een overzicht van de beschikbare ruimte op de desbetreffende antenne-opstelpunten en het frequentiebereik van de desbetreffende antennesystemen of antennes, waarbij in elk geval wordt aangegeven of de ruimte, respectievelijk het gehele frequentiebereik daadwerkelijk in gebruik dan wel gereserveerd is;
b. de noodzakelijke technische gegevens van de desbetreffende antenne-opstelpunten en de daarop aanwezige antennesystemen en antennes.
5. Voor de verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid kan een vergoeding op basis van werkelijk gemaakte kosten in rekening worden gebracht bij de houder die het verzoek heeft ingediend.
6. Indien een houder niet voldoet aan een verzoek tot gegevensverstrekking als bedoeld in het eerste lid of de ontvanger niet voldoet aan de verplichting tot het verstrekken van de informatie, bedoeld in het derde lid, neemt de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag van de houder die het verzoek tot gegevensverstrekking heeft gedaan onderscheidenlijk de verzoeker, bedoeld in het vierde lid, een besluit inzake de plicht tot het verstrekken van de desbetreffende gegevens. Voor zover het gaat om de verstrekking van gegevens als bedoeld in het vierde lid, wordt met ingang van de dag na de datum waarop aan de Autoriteit Consument en Markt is verzocht een besluit als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de termijn, bedoeld in artikel 3, tweede lid, eerste volzin, opgeschort tot de dag waarop door de Autoriteit Consument en Markt een besluit is genomen. De Autoriteit Consument en Markt kan bij haar besluit in afwijking van het bepaalde in artikel 3 termijnen stellen waarbinnen:
a. de gegevens, bedoeld in het derde lid, door de ontvanger worden verstrekt;
b. de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, door de verzoeker aan de ontvanger worden verstrekt.
7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de beperking van het verzoek, bedoeld in het tweede lid;
b. de gegevens, bedoeld in het derde lid;
c. de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.