BWBR0040757
Geldig vanaf 2018-03-27
Artikel 2
Regeling financieel beheer van het Rijk
1. Onverminderd artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016sluiten de Ministers en de colleges, elk met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, huur, huurkoop- en leaseovereenkomsten namens de Staat in overeenstemming met de Minister van Financiën, voor zover:
a. de duur van de overeenkomst tien jaar of meer is;
b. de huur, huurkoop of lease die aan de overeenkomst ten grondslag ligt € 2.500.000 of meer inclusief btw bedraagt; of
c. de huur, huurkoop of lease betrekking heeft op de huisvesting van de ministeries en de colleges en € 25.000.000 of meer inclusief btw bedraagt.
2. Onverminderd artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016verrichten de Ministers en de colleges, ieder met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, de privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de Staat die zien op het vervreemden van vermogen in privaatrechtelijke rechtspersonen in overeenstemming met de Minister van Financiën.
3. Onverminderd artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016sluiten de Ministers en de colleges, elk met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, geen valutatermijncontract af voor de financiële verplichtingen van de Staat waarmee de toekomstige financiële risico’s betreffende de wisselkoers van vreemde valuta ten opzichte van de euro worden gedekt.
4. Ingeval van omvangrijke budgettaire risico’s voor de Staat kunnen de Ministers en de colleges, elk met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, in afwijking van het derde lid in overeenstemming met de Minister van Financiën een valutatermijncontract afsluiten. In dat geval wijst de Minister van Financiën de bank, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, aan die het contract uitvoert.
5. Onverminderd artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016sluit de Minister van Financiën namens de Staat overeenkomsten met de bankinstellingen en betaaldienstverleners waar de Ministers en de colleges bankrekeningen aanhouden en betaaldiensten afnemen.
a. de duur van de overeenkomst tien jaar of meer is;
b. de huur, huurkoop of lease die aan de overeenkomst ten grondslag ligt € 2.500.000 of meer inclusief btw bedraagt; of
c. de huur, huurkoop of lease betrekking heeft op de huisvesting van de ministeries en de colleges en € 25.000.000 of meer inclusief btw bedraagt.
2. Onverminderd artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016verrichten de Ministers en de colleges, ieder met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, de privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de Staat die zien op het vervreemden van vermogen in privaatrechtelijke rechtspersonen in overeenstemming met de Minister van Financiën.
3. Onverminderd artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016sluiten de Ministers en de colleges, elk met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, geen valutatermijncontract af voor de financiële verplichtingen van de Staat waarmee de toekomstige financiële risico’s betreffende de wisselkoers van vreemde valuta ten opzichte van de euro worden gedekt.
4. Ingeval van omvangrijke budgettaire risico’s voor de Staat kunnen de Ministers en de colleges, elk met betrekking tot de begroting of taak waarvoor hij verantwoordelijk is, in afwijking van het derde lid in overeenstemming met de Minister van Financiën een valutatermijncontract afsluiten. In dat geval wijst de Minister van Financiën de bank, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, aan die het contract uitvoert.
5. Onverminderd artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016sluit de Minister van Financiën namens de Staat overeenkomsten met de bankinstellingen en betaaldienstverleners waar de Ministers en de colleges bankrekeningen aanhouden en betaaldiensten afnemen.