BWBR0040728
Geldig vanaf 2018-04-11
Artikel 28
Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
a. de informatie die op grond van de artikelen 11 en 12 wordt verstrekt, waarbij voor verschillende categorieën netten en netwerkexploitanten verschillende regels kunnen worden gesteld, en de wijze waarop die informatie wordt verstrekt;
b. de toegang tot en de aansluiting op het informatiesysteem;
c. beheerpolygonen, oriëntatiepolygonen en graafpolygonen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de situatie dat vanwege de door een calamiteit geboden spoed niet aan artikel 2, eerste en derde lid, kan worden voldaan dan wel de in hoofdstuk 4beschreven procedure kan worden gevolgd, waarbij voor zover nodig van dat artikel onderscheidenlijk de bepalingen van dat hoofdstuk kan worden afgeweken.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. het op zorgvuldige wijze verrichten van graafwerkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. registratiemeldingen, oriëntatieverzoeken en graafmeldingen;
c. de voorzorgsmaatregelen en de inachtneming daarvan, bedoeld in artikel 15, eerste, tweede en vijfde lid;
d. de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 10, onderdeel a, en het graafbericht, bedoeld in artikel 8, eerste lid;
e. het contact en de afspraken, bedoeld in de artikelen 13a en 13b.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. meldingen als bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, 19, eerste lid, en 20, eerste en derde lid;
b. het bewaren en verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 22.
a. de informatie die op grond van de artikelen 11 en 12 wordt verstrekt, waarbij voor verschillende categorieën netten en netwerkexploitanten verschillende regels kunnen worden gesteld, en de wijze waarop die informatie wordt verstrekt;
b. de toegang tot en de aansluiting op het informatiesysteem;
c. beheerpolygonen, oriëntatiepolygonen en graafpolygonen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de situatie dat vanwege de door een calamiteit geboden spoed niet aan artikel 2, eerste en derde lid, kan worden voldaan dan wel de in hoofdstuk 4beschreven procedure kan worden gevolgd, waarbij voor zover nodig van dat artikel onderscheidenlijk de bepalingen van dat hoofdstuk kan worden afgeweken.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. het op zorgvuldige wijze verrichten van graafwerkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. registratiemeldingen, oriëntatieverzoeken en graafmeldingen;
c. de voorzorgsmaatregelen en de inachtneming daarvan, bedoeld in artikel 15, eerste, tweede en vijfde lid;
d. de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 10, onderdeel a, en het graafbericht, bedoeld in artikel 8, eerste lid;
e. het contact en de afspraken, bedoeld in de artikelen 13a en 13b.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. meldingen als bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, 19, eerste lid, en 20, eerste en derde lid;
b. het bewaren en verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 22.